Solidariteit: waar ligt het evenwicht?

Solidariteit: waar ligt het evenwicht?

Peter van Hoesel, 22 oktober 2012

Noord-Europa wil niet teveel geld ‘transfereren’ naar het noodlijdende Zuid-Europa; rijke landen willen niet teveel geld besteden aan ontwikkelingshulp van arme landen; regio’s zoals Catalonië, Vlaanderen, Schotland, Lombardije, willen niet teveel betalen voor hun landgenoten in armere regio’s; rijkere burgers willen niet teveel inkomen overdragen aan armere burgers.Aan de andere kant willen de meeste mensen ook weer niet dat mensen die het moeilijk hebben aan hun lot worden overgelaten.

Linkse partijen willen meer solidariteit, rechtse partijen vinden dat de sterkste schouders al genoeg lasten dragen. Maar waar ligt het juiste evenwicht? Een al te links beleid leidt tot een slechte economie, zoals we in het voormalige oostblok hebben gezien (je kunt je overigens afvragen of dat beleid wel links was zoals Marx het bedoeld had). Een al te rechts beleid leidt tot een arme onderklasse die het naar onze maatstaven in alle opzichten bijzonder slecht getroffen heeft, zoals in diverse dictatoriaal bestuurde landen te zien is, maar bijvoorbeeld ook in de VS. In een evenwichtige situatie is er sprake van gematigde verschillen in inkomen en vermogen, met gunstige effecten op de algemene welvaart, zoals in Scandinavië.

Het is en blijft een punt van voortdurende discussie of er in ons land een dergelijk evenwicht al bereikt is. Gezien de politieke voorkeur van de kiezers, die in ongeveer gelijke aantallen op links en op rechts stemmen, lijkt dat wel het geval te zijn. Maar daarmee is de kous niet af.In de laagste inkomensgroep beheerst een cumulatie van nadelen het leven van de meeste mensen, zoals: geen werk of slecht betaald werk, vervelend werk, slechte huisvesting, ongezond leven, weinig participatie aan allerlei activiteiten (sport, hobbies, uitgaan), laag zelfbeeld.In de hoogste inkomensgroep zien we daarentegen een cumulatie van voordelen, zoals: leuk en goed betaald werk, zoveel geld dat er niet hoeft te worden gewerkt, mooi wonen, goede gezondheid, deelname aan allerlei activiteiten, aanzien.

Linkse partijen willen deze forse kloof overbruggen door een hogere bijdrage te vragen van de laatste groep voor de noden van de eerste groep. Daar zit iets in, maar dat zal slechts beperkt kunnen helpen, want zoveel echt rijke mensen zijn er ook weer niet. De hogere middeninkomens worden relatief al stevig belast, dus dan is de vraag of je daar nog veel meer aan kunt vragen. Voor de lagere middeninkomens geldt dat je met een hogere lastendruk een deel van hen terugzet naar de laagste inkomensgroep. Je zou juist een vergroting van de groep middeninkomens moeten willen.

Rechtse partijen willen dat mensen die afhankelijk zijn van een uitkering zoveel mogelijk gaan werken, onder meer door uitkeringen omlaag te brengen. Dat zal eveneens maar beperkt helpen, want nog afgezien van het feit dat er vooralsnog sprake is van laagconjunctuur krijgen oudere werknemers en langdurig werklozen nauwelijks toegang tot de arbeidsmarkt.

Dit soort simpele maatregelen levert dan ook niet een doorslaggevende oplossing op. Er zijn ingrijpender maatregelen nodig om de laagste inkomensgroep meer ruimte te bieden.

Je zou bijvoorbeeld kunnen denken aan de invoering van een basisinkomen zoals de WRR in 1985 heeft voorgesteld, waarmee ruimte wordt geschapen om bij te verdienen zonder in te hoeven leveren op de uitkering (zoals momenteel in de WWB juist wel gebeurt). Je zou kunnen denken aan het verruimen van de mogelijkheden voor flexibele arbeid (zzp’ers, tijdelijke aanstellingen, lagere ontslagvergoeding) hetgeen vooral kansen schept voor degenen die zijn aangewezen op de onderkant van de arbeidsmarkt. Je kunt denken aan het verruimen van mogelijkheden tot het volgen van volwassenenonderwijs (momenteel mag je met een uitkering niet eens een opleiding volgen) inclusief een veel ruimere toegang tot stageplaatsen.

Je zou aan de andere kant parasitair gedrag van mensen met (zeer) hoge inkomens aan banden kunnen leggen (dus vooraf en niet achteraf via een topbelastingtarief), waarmee ruimte vrijkomt voor een betere inkomensverdeling. Vergroten van de bevoegdheden van toezichthouders zou daarbij behulpzaam kunnen zijn. Je zou ook allerlei overbodige bureaucratie, overheadkosten en subsidiestromen kunnen terugdringen, waarmee geld wordt uitgespaard dat voor betere doelen kan worden ingezet, waarmee de kosten van nuttige diensten kunnen worden verlaagd, hetgeen vooral ook gunstig uitvalt voor de laagste inkomens.

Welke maatregelen zal de aankomende regering gaan nemen? Hopelijk wordt het wat creatiever dan het wederzijds gunnen van enkele stokpaardjes, omdat daarmee nog geen samenhangend beleid tot stand wordt gebracht dat wezenlijk bijdraagt aan het verbeteren van de positie van mensen met een laag inkomen.

Reacties

Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers