Antisolidariteit

Antisolidariteit

Column van Peter van Hoesel, 5 februari 2013

Met de PvdA in de regering zou je zeggen dat het wel goed zit met het solidariteitsniveau van het regeringsbeleid. Een inkomensafhankelijke ziektekostenpremie zat er niet in, maar daarvoor zijn andere min of meer nivellerende fiscale maatregelen in de plaats gekomen. Merkwaardig genoeg wordt daarbij alleen maar gekeken naar box 1 van de loon-/inkomstenbelasting. Alsof de solidariteit alleen daar vandaan moet komen en alsof er niet allerlei andere beleidsmaatregelen bestaan (of juist ontbreken) die momenteel nota bene antisolidair uitpakken, maar die door de regering totaal worden genegeerd.

Zo’n antisolidaire maatregel is bijvoorbeeld de belastingheffing in box 3. De sterkste schouders dragen hier de lichtste lasten en de zwakste schouders de zwaarste. Immers, hoe hoger het feitelijke rendement op je vermogen des te lager is het belastingtarief. Een rendement van 10% of meer op de aandelenbeurzen was vorig jaar makkelijk te behalen. In dat geval betaal je hoogstens 12% belasting op dat rendement. Een spaarrekening met een rente van 2.4% levert een belastingdruk op van 50% op het rendement. Omgekeerde solidariteit dus.

Een ander voorbeeld is de belasting die bedrijven betalen. Hoe groter het bedrijf, des te lager pakt de belastingdruk uit. De kleine MKB’er betaalt het meest en de grote multinational het minst. Via ontwijkingsconstructies kan het zelfs zijn dat grote bedrijven helemaal geen belasting meer betalen, in elk geval niet in de landen waar ze feitelijk hun werk doen. Leuk voor de aandeelhouders van zulke bedrijven, maar natuurlijk volstrekt antisolidair omdat gederfde belastinginkomsten door gewone belastingbetalers moet worden opgehoest.

Derde voorbeeld betreft de overheidssteun aan banken. De kosten daarvan worden verhaald op de belastingbetaler. Aandeelhouders, obligatiehouders, managers en adviseurs van de banken zijn daarbij tot nu toe ontzien. Lichtpuntje is dat in het geval van SNS een andere benadering lijkt te worden gevolgd (we zijn benieuwd wat ervan terecht komt).

Bij Europese steun aan banken kan het zelfs zover komen, dat de Nederlandse belastingbetaler opdraait voor het redden van de criminele vermogens van Russen die hun geld in Cyprus hebben gestald. Antisolidairder kan je het niet verzinnen.

Vierde voorbeeld betreft de pensioenen. Gepensioneerden en bijna gepensioneerden leveren fors in ten gerieve van jongeren. De pensioenfondsen realiseren veel hogere rendementen dan de lage rentenorm die zij momenteel moeten toepassen voor het berekenen van hun verplichtingen. Daardoor blijft er geld dat eigenlijk voor de huidige generatie ouderen was bedoeld in kas van de fondsen en dat geld zal te zijner tijd ten goede komen aan jongere generaties. Zodra de ECB-rente niet meer kunstmatig laag wordt gehouden zal blijken dat de dekkingsgraden van de fondsen omhoog schieten (wellicht zelfs zodanig dat werkgevers opnieuw in de verleiding zullen komen om premievakanties te bepleiten). Ondertussen heeft een hele generatie ouderen te weinig pensioen ontvangen.

Vijfde voorbeeld betreft de zorgkosten. Gezonde mensen krijgen premievoordeel als ze hun eigen risico verhogen, zieke mensen worden geconfronteerd met een hoger eigen risico en talloze kosten die niet langer vergoed zullen worden. Dit komt neer op een stukje antisolidariteit van gezonden tegenover zieken.

Tenslotte, een wel heel merkwaardig recent voorbeeld is de Inkomensafhankelijke Bijdrage Zorgverzekeringswet die voor iedereen geldt en door de Belastingdienst wordt geheven. Voor werknemers nemen de werkgevers dit onderdeel van de ziektekostenpremie voor hun rekening. Tot 1 januari 2013 was de werkgeversbijdrage belastbaar voor de IB van de werknemer. Dat vond men broekzak-vestzak en gaf teveel rompslomp (administratieve lasten) voor de werkgevers. In het kader van de Wet Uniformering Loonbegrippen is besloten om de werkgeversbijdrage niet langer meer te belasten. Om te voorkomen dat dit een oneigenlijk voordeel zou opleveren voor werknemers is het belastingpercentage in de eerste schijf IB voor iedereen verhoogd. Daarmee is de merkwaardige situatie ontstaan dat door het voorkomen van een oneigenlijk belastingvoordeel voor werknemers, alle overige inkomenstrekkers zijn opgezadeld met een oneigenlijk belastingnadeel. Onbedoeld of niet, het is een opvallend stukje antisolidariteit van werknemers tegenover andere burgers.

Alleen al deze zes voorbeelden overziend, kan worden gesteld dat het huidige regeringsbeleid overwegend antisolidair is, maar er zijn nog heel wat meer andere voorbeelden te noemen (zoals te hoge inkomens van publieke managers/bestuurders, onproductieve banen in de publieke sector, overbodige subsidieregelingen bv. voor het bedrijfsleven, speculatiewinsten, beleggers met sprinkhaangedrag etc.) die beleidsmatig niet worden aangepakt.

De heersende antisolidariteit heeft tevens als gevolg dat de eenzijdige druk op box 1 om voor de gewenste solidariteit te zorgen erg hoog is opgelopen. Zo begint de hoogste schijf van 52% al bij een jaarinkomen van 56.000 euro (deze toch al lage grens is door deze regering nota bene nog verder verlaagd), terwijl de hoogste schijf in andere Europese landen pas begint bij jaarinkomens in de orde van een paar ton. Maar ook voor lagere inkomensgroepen die het moeten hebben uit inkomen uit arbeid (of voormalige arbeid) valt de belastingdruk inmiddels ontzettend hoog uit.

Het zou goed zijn wanneer de regering tot het besef zou komen, dat er nog veel te verbeteren valt aan het solidariseren van het beleid. Als de PvdA dit allemaal laat zitten zullen ze dat wel merken bij de volgende verkiezing. Maar eigenlijk zou ook de VVD hier wat aan moeten willen doen, want al die antisolidariteit heeft een negatief effect op de economie en zeker op de door de VVD zo geliefde hardwerkende Nederlander.

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers