Beleidsanalyse: innovatiesubsidies voor het bedrijfsleven

    Netwerk PI
    • Iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Netwerk PI 1896 dagen geleden Reacties (3)
    Beleidsanalyse: innovatiesubsidies voor het bedrijfsleven

    Door Peter van Hoesel, 13 mei 2013


    Wat is het maatschappelijk probleem dat men wil bestrijden?

    Het maatschappelijke probleem betreft een (vermeend) tekort aan innovativiteit in het Nederlandse bedrijfsleven. De Nederlandse economie moet het hebben van concurrentie op de internationale markt en dat kan alleen als er voldoende innovatieve producten, kostenbesparende/duurzame productieprocessen en slimme distributieketens worden ontwikkeld. Het Nederlandse bedrijfsleven en de Nederlandse overheid investeren minder in R&D dan het buitenland, met als risico dat Nederland qua innovatie achterloopt.

    Wie zijn de stakeholders en wat zijn hun belangen?

    • Bedrijven: zijn gebaat bij lastenverlichting en bij contacten met kennisinstellingen, maar hebben een hekel aan omslachtige procedures bij het verkrijgen van subsidies of belastingvoordelen.
    • Overheid: wil innovatie bevorderen en daarmee de kenniseconomie stimuleren, wat dient uit te monden in meer economische groei.
    • Kennisinstellingen: zijn gebaat bij valorisatie van kennis.
    • Consultants: krijgen de nodige opdrachten om subsidies en belastingvoordelen binnen te slepen.
    • Uitvoeringsinstellingen: zijn gebaat bij een ingewikkelde uitvoering.

    Wat behelst de beleidsmaatregel en hoe luidt de beleidstheorie onder deze beleidsmaatregel?

    De maatregel behelst een pakket subsidieregelingen en belastingvoordelen, die met name via Agentschap.nl worden gedistribueerd. Daarbij is er bijzondere aandacht voor kansrijke sectoren, de 9 zogenaamde topsectoren.

    De beleidstheorie is als volgt: een financiële prikkel van voldoende omvang geeft bedrijven een zetje om over te gaan tot een of meer innovatietrajecten, waarbij veelal als voorwaarde wordt gesteld dat er wordt samengewerkt met een kennisinstelling, hetgeen ervoor kan zorgen dat bedrijven gebruik maken van de meest actuele kennis op hun gebied. Door deze prikkels vooral te geven aan bedrijven in kansrijke sectoren, wordt een groter rendement hiervan verwacht.

    Hoe wordt het beleid uitgevoerd en wat is er inmiddels bereikt?

    Het beleid loopt grotendeels via de uitvoeringsinstelling Agentschap.nl. Bedrijven kunnen zich bij dat agentschap melden voor allerlei subsidies en belastingvoordelen. Met name grotere bedrijven melden zich, kleine bedrijven komen er nauwelijks aan te pas, hoewel de regelingen vooral ook voor hen bedoeld waren.

    Het is niet waarschijnlijk dat het beleid veel effect heeft op de innovativiteit van het Nederlandse bedrijfsleven. De beleidstheorie klopt namelijk niet. In nagenoeg alle gevallen wordt er pas subsidie of belastingaftrek aangevraagd als het innovatietraject al is gestart, dus dat zetje in de rug is dan eigenlijk niet meer nodig. Ook de gewenste connecties met kennisinstellingen zijn dan al gelegd. Verder wordt een investeringsbeslissing niet genomen op basis van een subsidie of een aftrekpost, maar op basis van marktkansen en concurrentiegedrag. Bovendien heeft het pas zin subsidie aan te vragen als er voldoende eigen financiering is, dus het heeft weinig zin een innovatietraject te starten met een subsidieaanvraag.

    Aangezien vooral grotere bedrijven aanvragen doen, is er nauwelijks sprake van een effect op het MKB. Het MKB ziet niet alleen op tegen de rompslomp, maar is ook op een andere manier bezig met innovatie dan het grootbedrijf, waardoor het lastiger is aan te knopen bij de subsidievoorwaarden. Het begrip R&D bestaat nauwelijks in het MKB, het gaat vooral om innovatie op de werkvloer (waartoe ook de ondernemer zelf behoort). Alleen jonge innovatieve technobedrijven kunnen er enige baat bij hebben, maar juist ook voor hen geldt dat een subsidieaanvraag pas zin heeft als er al een lang traject is afgelegd.

    Wat zijn de neveneffecten van dit beleid?

    Dit beleid vergroot het verschil in lastendruk tussen grootbedrijf en MKB. De lastendruk voor het MKB is tweemaal zo hoog als voor het grootbedrijf. Dit verschil komt voort uit  fiscale voor- en nadelen, premieafdrachten, administratieve verplichtingen, overheidsssubsidies e.d.

    Het pakket beleidsinstrumenten dat ermee gemoeid is kost de overheid tamelijk veel geld (het gaat om miljarden), waar nauwelijks rendement voor terugkomt. Wat de overheid er in elk geval wel voor terugkrijgt is de symboolwaarde van het beleid, want het benadrukt de wens van de overheid om de Nederlandse kenniseconomie te ondersteunen.

    De uitvoeringskosten en de administratieve lasten van dit beleid moeten niet worden onderschat, want de regelingen zijn behoorlijk complex. Dit is een van de twee belangrijke redenen waarom het MKB nauwelijks baat heeft bij dit beleid.

    Insiders (uitvoerders, branche- en koepelorganisaties, consultants) staan positief tegenover dit beleid, omdat zij er direct baat bij hebben. Pas dus op voor evaluaties die zich voornamelijk richten op deze insiders.

    Door de concentratie op zg. topsectoren worden bedrijven die toch al kansrijk zijn extra financieel gesteund. Hiermee wordt overigens miskend dat innovaties nogal eens uit onverwachte hoeken komt.

    Beoordeling op 5 criteria

    • Doeltreffendheid: is gering, omdat de innovativiteit er niet mee wordt versterkt. De effectiviteit is overigens lastig meetbaar te maken, dus wordt het succes van dit beleid vooral afgemeten aan outputcriteria i.p.v. aan outcomecriteria. 
    • Doelmatigheid: laag, omdat de kosten voor de samenleving nogal fors zijn (forse overheidsuitgaven, hoge uitvoeringskosten, hoge administratieve lasten), terwijl de baten gering zijn.
    • Rechtvaardigheid: daar kun je grote vraagtekens bij zetten; ten eerste wordt met name het grootbedrijf ermee geholpen en wordt het MKB nauwelijks bereikt; ten tweede krijgen de topsectoren een voorkeursbehandeling waardoor er voor andere sectoren minder overblijft.
    • Consistentie: misschien wel het belangrijkste economische beleidsdoel is het bevorderen van ondernemerschap en juist dat doel wordt met dit beleid niet ondersteund want het geld gaat bijna helemaal naar het grootbedrijf; verder is het de vraag of dit beleid wel spoort met het marktwerkingsbeleid dat een gelijk speelveld voor alle bedrijven nastreeft.
    • Eenvoud: door het grote aantal regelingen en de complexe procedures is het beleid verre van eenvoudig.

    Wat gaat er goed, wat moet beter, waar kan beter mee worden gestopt?

    Er is in dit geval duidelijk sprake van overbodig beleid, waarmee beter kan worden gestopt. Het zou veel effectiever zijn om bedrijven weer een algemene investeringsaftrek te bieden, want nagenoeg elke investering leidt linksom of rechtsom tot innovatie. Daarmee wordt de stimulans om te investeren aan alle bedrijven gegeven, niet alleen aan het handjevol dat profiteert van de huidige regelingen. Bovendien vergt deze oplossing veel minder uitvoeringskosten en administratieve lasten. Een algemene investeringsaftrek kost in eerste instantie waarschijnlijk wel (veel) meer belastinggeld, maar dat kan makkelijk worden terugverdiend via de groei die door de investeringen zal worden teweeggebracht.

    De veronderstelling dat met name het MKB baat kan hebben bij meer contacten met kennisinstellingen, klopt wel. Omdat te bevorderen zijn kennisvouchers een effectief instrument, zoals vorig decennium al is gebleken. Dit instrument zou nieuw leven kunnen worden ingeblazen.

    De veronderstelling dat het Nederlandse bedrijfsleven minder innovatief is dan in het (vergelijkbare) buitenland, klopt niet. Wat wel klopt is dat met name jonge innovatieve bedrijven moeilijk aan financiering kunnen komen. Dat kan beter worden opgelost via de reeds bestaande garantiestellingen voor leningen van het MKB, de BBMKB en de groeifaciliteit, zeker als deze instrumenten worden gekoppeld aan de nodige samenwerking met kennisinstellingen. Dit beleid van garantiestellingen is behoorlijk effectief (dit is juist een voorbeeld van zinvol overheidsbeleid) en zou kunnen worden uitgebreid als het subsidiebeleid wordt ingekrompen.

    Tenslotte nog een opmerking over het achterlopen van R&D-investeringen in Nederland. Dat klopt op zichzelf wel, maar daarbij is niet in aanmerking genomen dat het rendement van de Nederlandse R&D op een hoger niveau ligt dan in bijna alle andere landen en dat in berekeningen van de R&D-uitgaven de innovatie op de werkvloer van het MKB niet wordt meegeteld. Met andere woorden, je kunt uit de lagere R&D-uitgaven van Nederland beslist niet concluderen dat het Nederlandse bedrijfsleven minder innovatief is dan het buitenlandse bedrijfsleven.

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • Tom van Doormaal
        Tom van Doormaal 1886 dagen geleden

        Hier wordt een heel bos spijkers vol op de kop geslagen.

        Wie Agentschap.nl wel eens heeft bezocht, waant zich in een volksdemocratie, met een machtige bureaucratie als centraal bestuursorgaan. De subsidies die worden gegeven, zijn inderdaad doorgaans verkeerd geadresseerd, n.l. aan grote bedrijven. De echte innovatie komt natuurlijk vooral van de kleine; ik geloof in de kraamkamers, van briljante en ondernemende studenten.

        Zij moeten soms worden geholpen met marktintroductie en de initiële meerkosten, die de introductie van een innovatie met zich kan brengen.

        Vragen heb ik ook: de tekst is wat stellig maar bevat geen verwijzingen naar cijfers, onderzoek, e.d.. Ik neem aan dat die er wel zijn. Voor politieke effect is een wat andere tekst nodig, denk ik.

        Overigens: TNO had een regeling die wel specifiek gericht was op het MKB. Ik lees er niets over, ook niet over de zinvolle effecten. Geen idee of daar toegankelijke informatie over te vinden is.

        Maar de gedachte dat de burcht van Agentschap.nl kan worden gesloten zou ingang moeten vinden in de hoofden van de politieke beslissers.

        • Reyer Brons
          Reyer Brons 1895 dagen geleden

          Hierbij wijs ik op de discussie over deze beleidsanalyse die plaats heeft in de LinkedIn-groep Innovatie 2.0 - Community of Talents

          • Frits visser
            Frits visser 1895 dagen geleden

            Interessant artikel, ik ben het er deels mee eens.

            De probleemanalyse qua doeltreffendheid en doelmatigheid klopt m.i. niet of deels:

            Er staat nog (of eig.: weer) een kennisvoucher: Innovatie elektrische mobiliteit. Kennisvouchers zijn inderdaad eenvoudig aan te vragen, ook voor MKB. Ik vroeg en kreeg zelf als 1-pitter onlangs een kennisvoucher Elektrische mobiliteit. Simpel, daarbij enkele lidmaatschappen van organisaties, die mij vervolgens weer aan de goede kennisinstelling koppelden. Ik weet: het loopt niet altijd zo goed, maar het kan dus wel. Voor mij geen overbodig beleid en alsjeblieft niet stoppen!

            Wel: de oneerlijkheid: bij vrijwel alle subsidies graaien de grote jongens het eerst en meest effectief, vooral de grotere subsidiepotten lijken haast toegeschreven naar dit effect.

            Oplossing is dan niet: afschaffen, maar wel: voorwaarden herschrijven, reserveren vooral alleen MKB met een lage grens: b.v. minder dan 100 werknemers (per regeling fine-tunen).

            Voorzover gelden vooral naar grote bedrijven gaan is dit een verkapte hulp aan bedrijfsleven, ontduiken van Europese regels, taak voor de politiek om daar naar te kijken, wel goed dat het hier gesignaleerd wordt!

            Frits visser

          Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers