De prijs van 'eerlijke' concurrentieverhoudingen

    Netwerk PI
    • Iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Netwerk PI 1857 dagen geleden
    De prijs van 'eerlijke' concurrentieverhoudingen

    Een bijdrag van Tom van Doormaal, 21 juni 2013

    Op Aedes Forum vindt debat plaats over het beleid in de volkshuisvesting.
    In bijdragen van Hugo Priemus en Jim Schuyt wordt gesproken over het beleid van Minister Blok. De kern van het beleid in de afgelopen jaren lijkt mij de scheidingswoede: de woningcorporaties doen commerciële en niet-commerciële dingen en die combinatie maakt dat marktpartijen klagen over oneerlijke concurrentie. Ik snap het en zo gaat het. Maar de kern van de woningcorporaties was nu juist de hybriditeit: het tegen de markt in werken in het belang van de mensen die niet zelf in hun huisvesting konden voorzien.
    In dit pamfletje poog ik de terugkeer te bevorderen naar die kern: waarvoor zijn woningcorporaties opgericht en kunnen zij hun taak nog vervullen, als de essenties niet worden begrepen door degenen die het beleid maken? Of is het allemaal al lang achterhaald en is de sociale woningbouw afgeschreven door deze coalitie?
    Vandaar de vragen.

    Leuke teksten van Jim Schuyt en Hugo Priemus. Het lezen brengt mij tot de wanhopige vraag wat er is dat geregeld kan en moet worden. Ik ben natuurlijk een oude en simplistisch redenerende volkshuisvester. Vroeger was de wereld overzichtelijk en was er een richtsnoer: "het belang der volkshuisvesting".  Daar werd wel eens wat over gebakkeleid bij een rechter, maar over het algemeen vond iedereen dat  een tamelijk helder beeld.

    Toen kwam er ineens een zeker fundamentalisme over ons. Er moest een scheiding zijn tussen overheid en markt. Ook Europa werd door dat virus besmet, al deed klagerige communicatie van beleggers er ook toe. Ik dacht vroeger dat een marktgelovige nooit klaagde over concurrentie, maar dat lijkt een naief misverstand.

    Het grote scheiden begon: er moesten rechtspersonen komen voor marktactiviteiten, maar hoe moesten we daar toezicht op houden? Wat de moeder niet mag, mag de dochter ook niet, leek een mooi principe. Maar wat moet bij de moeder, wat moet bij de dochter? Waar hebben we het eigenlijk over?

    Vervolgens kwam het idee de vennootschapsbelasting voor corporaties in te voeren. Dat leverde weer scheidingsvragen op, die een ingewikkelde VSO met de belastingdienst ten gevolge had. Voor wie het zich niet meer herinnert: er lag ineens een document ter tafel van ruim 200 pagina's, gemaakt door vier grote accountants en gezegend door Aedes: even tekenen bij het kruisje. Het leek mij zinloze complexiteit.

    Al met al: toch al weer decennia discussie over de scheiding van activiteiten. Terecht dat Jim Schuyt zich er over opwindt. Maar ook hij gaat niet in op de vraag naar de productiviteit van dit gedoe. De vraag lijkt me: wat wil het beleid bereiken met al deze scheidingsdrift? En helpt het ergens voor of tegen? Laten we die vragen eens uit proberen.

    In mijn beeld moet de scheiding van commerciële en niet-commerciële activiteiten gemaakt worden, omdat geen staatssteun mag worden geleverd aan activiteiten, die oneerlijke concurrentie kunnen betekenen voor marktpartijen. Op de markt moet eerlijke concurrentie zijn en een level playing field. Wie ben ik op tegen zo'n beginsel te zijn?

    Alleen, hebben we eerlijke concurrentie en open marktverhoudingen geschapen, na decennia van dit soort ingewikkelde orthodoxie? Ik heb niet veel verstand van marktverhoudingen op de woningmarkt, maar ik zie het niet erg. Het beleid onttrekt zich altijd aan dit soort evaluatieve vragen, daarom nog eens: wat hebben we met alle gedoe over evenwichtige en eerlijke marktverhoudingen nu eigenlijk bereikt?

    Wat is een woningcorporatie? Een organisatie "sui generis", een toegelaten instelling, een "hybride" organisatie. Bij het ontwerp van de Woningwet hebben we dat zo bedoeld. De woningcorporatie moest zich, met de gemeente en met leningen van het Rijk bezig houden met een sociale doelstelling, die het Rijk van belang vond.

    Wie wil leze nog eens het betoog van Hans Blokland in "Een Lange Leegte", hoofdstuk 11, een politicologie van hybride organisaties. Het blijkt niet zo gemakkelijk onderscheidende criteria te formuleren tussen een corporatie en Philips. Ik heb ooit gepoogd het werkgebied van de woningcorporaties te definiëren, hetgeen mij niet gelukte. Maar de poging die mijn baas en de staatssecretaris daarna deden ging ook mis.

    Ik zou terug willen naar de basis of het begin: waarvoor zijn wij precies? Wat is er veranderd? Wat is nog hetzelfde? Waarom probeert de beleidslogica in Den Haag nu al decennia dezelfde vraagstukken aan te pakken, zonder dat het iets op schiet? Waarom is er nu al weer decennia een gewapende vrede tussen de corporaties en de Haagse politiek?

    Deze bijdrage is met een iets ander begin geplaatst op Aedes Forum onder de titel Hebben wij identiteit?


    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers