Beroepsdeformatie

Beroepsdeformatie

Een bijdrage door Peter van Hoesel, 15 augustus 2013

Iedere beroepsbeoefenaar beziet de wereld vooral vanuit zijn of haar beroepsperspectief. Je hebt als beroepsbeoefenaar niet alleen veel contact met vakgenoten, waardoor je veel over je vak praat, maar natuurlijk ook met de klanten of burgers die je bedient. Daardoor bekijk je de wereld anders dan andere mensen.
Zo bestaat de wereld voor een arts vooral uit patiënten, voor een bankier uit geldverdieners, voor een leraar uit leerlingen en hun ouders, voor een winkelier uit consumenten, voor een fabrikant uit afnemers, voor een arbeidsbemiddelaar uit werkzoekenden en werkgevers.
Bij het bedienen van klanten en burgers spelen twee motieven op elkaar in: beroepstrots en het verwerven van inkomen. Gevoed door deze motieven worden de behoeften van klanten/burgers meestal schromelijk overschat. Die klanten en burgers worden ondertussen via diverse kanalen beïnvloed om hun eigen behoefte zo hoog mogelijk in te schatten. Dat leidt tot een enorme overvloed aan onnodige productie, zowel in de private als de publieke sector. Zeker wanneer het om publieke goederen gaat, die schijnbaar niets kosten want de belasting had je toch al betaald, kan daardoor een forse overconsumptie ontstaan. De betreffende beroepsbeoefenaren die in deze overmatige behoeften voorzien remmen de overconsumptie wegens eerdergenoemde motieven niet af, integendeel ze moedigen het nog verder aan.

Het ligt voor de hand dit verschijnsel vooral toe te schrijven aan het economische motief: zoveel mogelijk geld verdienen. Het zou wel eens zo kunnen zijn, dat beroepstrots een net zo belangrijke oorzaak is. Er is niets dat je zozeer onderscheidt van andere mensen als het beroep dat je beoefent. Je ontleent er maatschappelijke status aan en die status wordt hoger naarmate je beroep door leken moeilijker te doorgronden is. Veel beroepsbeoefenaren gebruiken dan ook technisch jargon om zich te onderscheiden van leken, zoals bijvoorbeeld het geval is bij artsen, juristen, ambtenaren, accountants, ICT-ers, installateurs, consultants. Deels is dat waarschijnlijk wel zinvol of zelfs noodzakelijk, maar deels heeft het alleen maar als doel om indruk te maken.
Praat eens met een actuaris over het pensioensysteem en je komt al gauw onder de indruk van de ingewikkeldheid van zijn vak. Je wordt bijna blij dat er actuarissen zijn die het nog snappen, aan de andere kant ondermijnt het feit dat je het zelf niet snapt eigenlijk ook je vertrouwen in het pensioenssysteem. Praat met een fiscaal jurist over belastingsconstructies en je wordt bevangen door ontzag voor het ingewikkelde fiscale stelsel. Een ondernemer moet wel in zee met zo’n belastingdeskundige want anders betaalt hij gegarandeerd teveel belasting. Als artsen met elkaar praten in aanwezigheid van patiënten zorgt hun jargon niet alleen voor de nodige afstand maar ook voor een indruk van competentie, wat enerzijds ontzag met zich meebrengt maar anderzijds ook ongerust kan maken. 

Beroepsbeoefenaren concurreren met elkaar, dus worden ze voortdurend uitgedaagd om innovaties te bedenken, die nu en dan positief uitpakken voor de klanten maar veelal slechts een nieuwe manier zijn om klanten tot aankopen of behandelingen te bewegen. Er kunnen zelfs wanproducten uit ontstaan, zoals te zien is aan woekerpolissen, afslankmiddelen, verkeerde adviezen van consultants, de UWV-website, de meeste overheidssubsidies, etcetera.
Bij elke beroepsgroep ontstaat een eigen vakcultuur, die enerzijds nodig is om de kwaliteit van de beroepsbeoefening te borgen, maar die ook kan leiden tot allerlei vormen van beroepsdeformatie. Dit laatste verschijnsel leidt helaas tot forse maatschappelijke onkosten. Denk maar aan onnodige behandelingen in de zorg, nodeloos opgerekte juridische procedures, in wezen alle belastingconstructies, ongebruikte producten die (na verloop van tijd) in de afvalbak verdwijnen, onnodig hoge beheerskosten bij pensioenfondsen, frustrerende bureaucratische procedures bij de overheid, problemen die je worden aangepraat door consultants, de meeste reclame-uitingen, overbodige verpakkingen, allerlei niet werkzame middelen, etcetera etcetera.

De kosten van beroepsdeformatie zijn dan ook gigantisch. Het zou wel eens een derde van het BNP in beslag kunnen nemen, dat zou dan gaan om 200 miljard per jaar. Dat lijkt een ongeloofwaardig hoog bedrag, maar wie even nadenkt over de samenstelling van dat bedrag komt er al gauw achter dat het best eens zou kunnen. Het volgende (bij lange na niet complete) rijtje voorbeelden kan dit illustreren:

  • terugdringen nalevingkosten bedrijfsleven (10 mrd.); de totale nalevingkosten van bedrijven lopen in de tientallen miljarden, via vereenvoudiging van regelgeving moet hierop minstens een derde te besparen zijn
  • terugdringen AWBZ-uitgaven (10 mrd.); de totale kosten van de AWBZ zijn in de afgelopen 11 jaar verdubbeld tot 25 mrd. per jaar door vele nieuwe ingangen te scheppen
  • legalisering soft drugs en regulering hard drugs (10 mrd.); zie de column van Rens van Tilburg in de Volkskrant van 14 augustus 2013
  • afschaffen subsidies bedrijfsleven (8 mrd.); deze subsidies zijn onnodig omdat het een oneigenlijke lastenverlichting van het grootbedrijf betreft en de subsidies verder geen positief effect sorteren
  • terugdringen hoeveelheid weggegooid voedsel (3 mrd.); er wordt voor 4.5 mrd. voedsel jaarlijks weggegooid, dat kan (en moet) voor het grootste deel worden teruggedrongen
  • beperken kosten van banken en verzekeraars (12 mrd.); alleen al verlaging van de onnodig hoge hypotheekrente met 1% levert 6 mrd. op, de andere helft kan worden gevonden in het afschaffen van slechte verzekeringsproducten, dure spaarproducten en leningen, en niet in het minst in verdere automatisering
  • beperken beheerskosten pensioenfondsen (4 mrd.); dat zou een besparing betekenen van 60% op de beheerskosten, hetgeen kan worden bereikt door kleine fondsen op te laten gaan in grote en door flink te wieden in het aantal (extreem dure) adviseurs/tussenpersonen en (dure) bestuurders/medewerkers van pensioenfondsen.

Het zou mooi zijn als we alle onnodige kosten (geleidelijk) zouden kunnen uitbannen. Dat kost weliswaar banen, maar die kunnen beter worden omgezet in nuttig werk of anders in meer vrije tijd.

In deze tijd van overheidstekorten zou de overheid het goede voorbeeld moeten geven en systematisch op zoek moeten gaan naar overbodige overheidsuitgaven. De overheid neemt waarschijnlijk de helft van de overbodige productie voor zijn rekening, want de overheid neemt ook de helft van het BNP in beslag. Denk hierbij aan het schrappen van nutteloze subsidies, ingewikkelde procedures, onnodige bureaucratische overhead, overbodige behandelingen in de zorg, slecht werkende beleidsmaatregelen, inefficiënt werkende publieke voorzieningen. Zo’n aanpak zal tevens voorkomen, dat de burger de zoveelste lastenverzwaring voor zijn kiezen krijgt. Sterker nog, de burger kan dan eindelijk weer eens een lastenverlichting tegemoet zien, wat zoals we weten goed zou zijn voor de economie.

Reacties

Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
    • Jan Engels
      Jan Engels 1914 dagen geleden

      @Tom,

      Ik ga mee in je ageren tegen overschatting professionele kennis. Gezien de publicaties hier (en elders) over bijv. het institutionele moeras en de 'ijzeren driehoek' mag de conclusie zijn dat we het te ingewikkeld hebben gemaakt voor iedereen om het nog allemaal te kunnen overzien en te begrijpen.

      Daarmee zit je tegelijkertijd met jouw pleidooi voor goed geinformeerd burgerschap naar mijn gevoel aan de verkeerde kant aan het touw te trekken: de huidige werkelijkheid is te complex om te bevatten voor op zijn minst de overgrote meerderheid van de burgers.

      Als je pleidooi is om te streven naar goed geinformeerde burgers via vereenvoudiging van onze maatschappij, dan sta ik weer helemaal aan jouw kant! :-)

      Jan Engels

      • Tom van Doormaal
        Tom van Doormaal 1918 dagen geleden

        Een verhaal dat past in de traditie, Peter. Toch roept het een "hmm"- gevoel bij mij op.

        Misschien heb ik minder bezwaar tegen beroepsdeformatie, maar meer tegen de overschatting van professionele kennis. Als dat het eigenlijke thema is, kom ik veel dichter bij.

        Als ik probeer mijn eigen gedrag te analyseren, dan gaat het hier om. Ik heb nooit de medische specialisten gevolgd of geloofd, maar altijd de signalen van mijn eigen lijf het meest serieus genomen. Ik was altijd onder de indruk van mijn leidinggevenden, die ik deskundig en adrem vond, totdat ik zelf wat machtiger werd en door de maniertjes heen begon te kijken.

        Het thema is dan niet zozeer beroepsdeformatie, maar geinformeerd en autonoom burgerschap. Ik geef toe dat het een beetje ruikt naar "we hebben de overheid en de wereld, die wij verdienen", maar ik denk dat de conwequentie van je betoog zou moeten zijn een pleidooi voor goed geinformeerd burgerschap. Ik wil je tekst niet herschrijven, maar denk dat je het daarmee wel eens bent.

        Tom van Doormaal

      Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers