Een moreel dilemma

    Peter Schuttevaar
    • Iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Peter Schuttevaar 1858 dagen geleden
    Een moreel dilemma

    De regel, het morele dilemma van de overheidsadviseur

    bijbelcitaat: (Johannes 1):

    In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen; en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen.

    een moreel dilemma

    De regelgeving der overheid is de laatste decennia aan het dichtslibben. Er zijn te veel regels en ze zijn te complex. Het gebouw der overheid dreigt daardoor in te storten. Het piept en kraakt in zijn voegen. Professionals die de overheid adviseren hebben eerder aan deze situatie bijgedragen dan dat ze er tegenwicht aan geboden hebben. Het is ook wel erg makkelijk geld verdienen met het in stand houden of verergeren van deze proble­men. De professional in kwestie is namelijk de enige die de wirwar van regels nog doorziet. Hij heeft er immers zijn werk van gemaakt. De professio­nal die op zijn moreel kompas afgaat zal hier echter steeds meer problemen mee krijgen. Dit pamflet is bedoeld als houvast en richtsnoer voor die professional. Als steun in de rug voor wie zich afvraagt aan welke kant hij of zij moet gaan staan. Ga ik door met het verergeren van de problemen, of ga ik ze oplossen? Stel ik mijn eigen deelbelangen centraal of ga ik mij meer op het algemeen belang richten? 

    de regel is een ding

    Het bijbelcitaat gaat over het woord dat tot vlees werd. De mens is het enige levende wezen dat aan zo iets onstoffelijks als ‘het woord’ een stoffe­lij­ke dimensie toekent. Het woord als oorsprong van alle dingen, identiek met God. Dit citaat toont onze unieke menselijke vaar­digheid om aan geestelijke of mentale zaken zoals ‘woord’, ‘vriendschap’ of ‘wet’ een stof­felijke dimensie te geven. Het worden dingen die een eigen leven gaan leiden en die op een net zo’n natuurlijke manier onderdeel van ons leven worden als een appel of een huis.

    Vanwege de aanleiding tot dit artikel wil ik graag op een heel bijzonder begrip inzoomen dat wij op die manier tot een ding hebben verheven, namelijk de zogenaamde ‘regel’. Zo’n regel is een ‘ding’ dat het verkeer tussen mensen ‘regelt’. En voor het opstellen van die regels heb je een regelaar nodig. Zo’n regelaar wordt doorgaans een ‘overheid’ genoemd. Het bijbelcitaat van hierboven kunnen we herschrijven door ‘woord en God’ te vervangen met ‘regel en overheid’. De eerste zinnen luiden dan:  In den beginne was de regel en de regel was van de overheid en de regel was de overheid. Alle dingen (der overheid) zijn door de regel geworden en zonder dit is geen ding geworden.

    Regels komen niet voort uit rationele afwegingen maar hebben een diep gewortelde instinctieve, ja zelfs een religieuze achtergrond! Hun werking vloeit rechtstreeks voort uit onze sociale identiteit die met diepe wortels in onze menselijke psyche is verankerd. 

    de werking der regels

    Het intermenselijk verkeer wordt gestuurd door ongeschreven en onbewust werkende regels die wij, eenmaal bijeengeraapt, doorgaans ‘cultuur’ noemen. Zodra wij met de onbewuste werking der regels niet langer genoegen nemen gaan we ze uitspreken. Daarmee verkrijgen ze al een zekere aanraakbaarheid. Zodra we met hun werking ontevreden zijn gaan we ze aanpassen of er bewust regels aan toe voegen. Daarmee worden het zelfstandige actoren die een eigen partijtje meeblazen in ons leven. En zodra deze regels te talrijk worden om nog goed te kunnen onthouden gaan we ze opschrijven. En daarmee is de laatste stap gezet in de veruitwendiging van regels. Ze zijn tot dingen van buiten ons geworden die ‘actief’ het intermenselijk verkeer regelen. 

    Met hun dingerigheid oefenen deze regels een grote aantrekkingskracht op ons uit. Ze fascineren ons en lijken welhaast een magische werking te hebben. Door een bezwerende regel uit te spreken kan men ineens, en schijnbaar zonder noemenswaardige inspanning, de sociale werkelijkheid naar zijn hand zetten. Er worden daarom veel wetboeken volgeschreven en gedragshandboeken opgesteld. We willen daarbij gemakshalve nog wel eens vergeten dat er een grens is aan wat nog op een verstandige manier geregeld kan worden.

    Als voorbeeld geef ik de relatie tussen land en water. Meer regulering zorgt er niet altijd voor dat die relatie beter wordt. Waar dijken zijn vinden doorbraken plaats. Waar het water op peil gehouden wordt raakt het grondwater uitgeput. Waar niet gereguleerd wordt, waar water vrij spel heeft, ontstaan grote onbewoonbare zilte delta’s en landinwaarts zijn er uitgestrekte uiterwaarden waar alleen schapen bij laag water kunnen grazen. Ergens tussen deze twee uitersten van alles strak reguleren en van alles z’n gang laten gaan ligt de wijsheid van het evenwichtig reguleren. De geschiedenis lijkt echter eerder als een pendule tussen uitersten heen en weer te pendelen dan dat zij zich in deze enclave van wijsheid te ruste legt.

    regels en intermenselijke relaties

    Als wij deze al te menselijke pendelneiging al tonen waar wij de relatie tussen dode objecten als land en water willen regelen, hoeveel meer zullen wij die neiging dan hebben als wij de relatie tussen mensen willen regelen!

    Maar bij het regelen van intermenselijke relaties lijkt zich de pendule vreemd genoeg niet zozeer tussen uitersten heen en weer te bewegen, als wel dat hij zich in één van de uitersten verschanst. Alles wat maar enigszins geregeld kan worden zal en moet ook geregeld worden! Of het nu gaat om de hoogte van een schutting tussen twee buren of om de manier waarop de ene mens iets aan de ander mag geven. Of het nu gaat om de minimale hoeveelheid kleding die men in het openbaar moet dragen of om de manier waarop men elkaar wel of niet mag beledigen. Het zal en moet allemaal op schrift gesteld worden. En als het eenmaal op schrift gesteld is, dan gaan we er uitgebreid discussiëren over hoe de opgeschreven regels dan wel precies geïnterpreteerd moeten worden. En ook dat schrijven we weer op en dat noemen we dan jurisprudentie of schriftgeleerdheid.

    Achter deze drijfveer tot alles te regelen zit een vreemd mechanisme waar eigenlijk niemand zich echt rekenschap van geeft. Vooral niet diegenen die deze regels steeds opstellen. Regels worden namelijk opgeschreven om veronderstelde gebreken in intermenselijke relaties te repareren. Waar mensen hun omgang probleemloos onderling regelen is er immers geen derde nodig die regels voor hen verzint. Er is dus een omgekeerd verband tussen de kwaliteit van de relatie zoals wij die bij onze medemens veronderstellen en onze drang om regels voor hen op te stellen. Deze gedachtegang kan men als een formule opschrijven: 

    X = 1/Q

    In woorden: de complexiteit van de regels (tussen mensen) is het omgekeerde van de kwaliteit van de relatie (tussen mensen). Verbeter de relatie tussen (groepen) mensen en de complexiteit van de regels tussen hen zal afnemen.

    regeldwang

    Twee meisjes die ik laatst vredig in een park met elkaar zag spelen werden door hun moeder streng toegesproken, dat ze vooral niet in de perkjes mochten komen. Bij geen van de twee dametjes was ook maar in de verte een perkje te bekennen. De moeder veronderstelde kennelijk dat zulks wel snel het geval zou zijn als er niet vlug een preventieve regel kwam. Ook hoorde ik een vader, die zijn beide zoontjes naar een glijbaan toe zag rennen, zeggen dat ze elkaar niet bij het trapje moesten verdringen. Dit ondanks dat het ene knulletje mijlen op het andere voor lag en er geen enkele kans op verdringing bestond.

    Deze vreemde bezorgdheid en bemoeizucht leeft in de ene mens wat meer dan in de ander, maar we kennen het allemaal. De kinderen uit de voorbeelden zullen er geen trauma’s aan overhouden. Anders wordt het als vader en moeder overheid worden en als de kinderen de burgers zijn. Op welke potentiële problemen tussen haar burgers gaat de overheid dan anticiperen? Welke niet optredende verdringing wil men dan met regels voor zijn? Welke maatregelen moeten dan voorkomen dat de burgers perkjes betreden waar zij sowieso niet komen?

    waarom regels wel komen maar nauwelijks gaan

    Regels hebben een sacrale betekenis gekregen. Regels zijn de tot stof geworden afspraken tussen mensen (in den beginne was de regel). Het is de gestolde wijsheid en levenservaring van onze voorvaderen. Wie zijn wij dan om daar aan te tornen? Het is een vorm van heiligschennis om te morrelen aan het grote gebouw der geschreven regels. En zo wordt regel na regel bijgeschreven in de grote regelboeken der historie. En zo slibben langzaamaan de aderen der overheid met regels dicht.

    Het is alsof een kathedraal eeuwenlang door bijbouwsels, ondertunnelingen en aanbouw is geteisterd. Niemand kan zich nog fatsoenlijk een weg door het heiligdom banen en het bouw­werk wordt door overtollige baldakijnen en uitstulpsels zodanig belast dat de integriteit van de constructie ernstig wordt aangetast. Er verschijnen scheuren in de muren en enkele stutbalken zijn al scheef gaan staan. Desondanks durft niemand een diepgaande renovatie te onder­ne­men, uit angst dat het gebouw ineen zal zijgen. Niemand wil een dergelijke heiligschennis op zijn geweten hebben.

    Dat is ongeveer de stand der regelgeving van onze moderne overheid. Men bouwt nog steeds aan en bij terwijl de hoofdconstructie op instorten staat. Het is een omkering van de principes der natuur. Daar waar regels oorspronkelijk een gebrek in de relaties tussen mensen opvingen, houdt een overvloed aan regels nu de ontstane gebreken in stand. Waar men eerst opschreef dat men met z’n vingers van andermans spullen af diende te blijven, verlangt men er nu naar om spullen met elkaar te delen. Waar men eerder opschreef hoe men voor het leveren van goederen vergoedingen kan vragen, verlangt men nu naar het uitwisselen van diensten in natura. En de regels die we eens verzonnen om ons vrij te maken van willekeur en despotie houden ons nu gekluisterd in een gevangenis van welvaart en geketend aan een muur van afhankelijkheid. Het paradoxale is dat zelfs wie in armoede valt in de gevangenis van de welvaart gekluisterd blijft, zodat hij zich niet meer op eigen kracht kan verheffen.

    de gevolgen van complexe opeenstapeling van regels

    Kunnen wij onze relatie met onze medemens nog wel vrij vorm geven? Kan ik nog wel vrijelijk op mijn medemens afstappen? Of sta ik dan binnen de kortste keren voor de rechter omdat ik een regel overtrad? Talloze voorbeelden maken duidelijk dat dit geen denkbeeldig risico is. De brave burger die een hekje optrekt om criminele buurtgenoten van zijn erf te weren krijgt een zwaar bewapend politiekorps op zijn dak terwijl de criminelen in kwestie geen strobreed in de weg gelegd wordt. De goedbedoelende ouders die om hulp vragen in verband met de opvoe­dings­problemen van hun dochter worden met een invasie van agenten gecon­fron­teerd die via de achterdeur binnendringen om hun dochter te ontvoeren.

    Vroeger kwamen onschuldige vrouwen als heksen op de brandstapel door een bijgeloof van religieuze fanatici. Tegenwoordig zijn het juridische fijnslijpers die een onschuldige vrouw weten te veroordelen voor meervoudige moord (Lucia de Berk). De moderne heksenjacht wordt net als destijds door mannen in nette pakken uitgevoerd. Dit keer onderbouwen ze hun kromme redenaties niet met heilige religieuze teksten maar met wiskundige berekeningen en ingewik­kel­de wetboeken. Beiden baseren ze zich op complexe regels en het is nog best moeilijk om vast te stellen welke van beide methoden nu het meest achterlijk is.

    Daarnaast is er een horde aan andere professionals in evenzo nette pakken die op een vergelijkbare manier misbruik maken van de complexiteit der regels. De financiële wereld is vooral erg ingewikkeld gemaakt omdat de directeur van de bank wel graag vijfhonderd keer zo veel wil verdienen dan de gewone burger. De pensioenregelingen zijn een feest voor goedbetaalde experts omdat zij als enigen een weg kunnen vinden in het doolhof dat zij er zelf van gemaakt hebben. Dit zijn slechts twee voorbeelden maar een lijst met honderden voorbeelden is zo gemaakt! Er is overal complexiteit om ons heen en een horde aan experts nestelt zich in de krochten van die ingewikkelde regelgeving om er een dik belegde boterham mee te verdienen.

    Een constructieve maatschappelijke bijdrage die een algemeen nut dient komt daar niet uit voort. Integendeel, dergelijke activiteiten schaden doorgaans het algemeen belang. Want voor dergelijke beroeps­beoefenaren is het van voordeel dat de relatie tussen mensen verslechterd. Dat stelt hen beter in staat de ingewikkelde regels toe te passen die alleen zij begrijpen. Daarom wakkert menig advocaat de strijd tussen een scheidend echtpaar nog wat verder aan en raadt hij een met ontslag bedreigde medewerker aan om zich vooral ziek te melden. Dat is dan in het belang van de cliënt. Tenminste, als men vanuit de regels redeneert! Zo ontstaat de absurde situatie dat de regel bepaalt wat in het belang is van de mens, in plaats van dat de mens bepaalt welke regels dienend zijn aan zijn belang.

    de consequentie, de opgave voor de komende decennia

    Hierin zit de kern van de beklemming en onvrede die wij in onze moderne tijd voelen. De gewone burger voelt zich door de regelarij klem gezet en ingeperkt, terwijl een elite van goed geïnformeerde professionals zich verrijkt door een veel te complexe regelgeving uit te baten en naar zijn hand te zetten. Onderwijl kunnen criminelen en free-riders steeds meer hun gang gaan omdat de handhavers der regels in hun eigen redenaties verstrikt zijn geraakt.

    Het wordt daarom tijd dat de kathedraal van onze regels ingrijpend wordt gerestaureerd. We gaan alle overbodige bij- en aanbouw afbreken. En het is nodig dat wij ons in de denkwijze van de oorspronkelijke bouwers verdiepen zodat wij, indien nodig, ook de basisconstructies aan kunnen pakken. Als dat heiligschennis is, dan moet dat maar. Want moderne technieken maken ook nieuwe constructies mogelijk waarmee we een gebouw van onze eigen tijd neer kunnen zetten.

    Het restaureren van de kathedraal der regelgeving. Dat is de opgave van deze tijd. Werken aan de kwaliteit van relaties tussen mensen en groepen mensen. En dan gebruik maken van de daar­door ontstane mogelijkheden om de regelgeving tussen die mensen te vereenvoudigen. Dat dient de kern van het werk van de overheidsadviseur te zijn.

    een morele keuze

    De overheidsadviseur moet kiezen of hij meehelpt met het verder compliceren van de regelgeving of dat hij meedoet aan de renovatie. Of hij enkel maar bezig is met zijn eigen zakken te vullen of dat hij aan het algemeen belang bijdraagt. Of hij er aan meewerkt dat de aderen der overheid steeds verder dichtslibben of dat hij bijdraagt aan een effectievere overheid en een vitalere samenleving.

    Het Netwerk Politieke Innovatie (NPI) wil elke overheidsadviseur steunen die kiest voor het vitaliseren van de samenleving en daagt die adviseur uit om bij te dragen aan de missie en aan de actieprogramma’s van het NPI.

    augustus 2013,  Peter Schuttevaar

    Een pdf versie van het bovenstaande is beschikbaar als PDF-file

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers