SIMPELER STURING IN HET WONEN

SIMPELER STURING IN HET WONEN

Het Aedes-forum, waar deze bijdrage eerder is geplaatst, toont gedachten en initiatieven op de vierkante meter. Dat past bij het lezerspubliek. Alleen, te weinig wordt vanuit wat grotere afstand gekeken. De spagaat van Aedes komt mooi tot uiting in de motie over de betaalbaarheid van de huren om vervolgens de beperking van de salarissen bij de rechter te bestrijden. Denken we nog over de sociale huisvesting? Riskante vraag natuurlijk, maar hij moet gesteld worden.

Toekomstvisie

Hoe gaan we na ruim een eeuw sociale woningbouw verder? Waarom heeft de brede coalitie van ondersteunende politieke stromingen het corporatiewezen verlaten? Het kan toch niet allemaal de schuld van de arme Monasch zijn? Wat gaat de parlementaire enquetecommissie doen, behalve terugkijken? Kan van deze ‘rookies’ een inspirerend perspectief worden verwacht op de problemen die we de laatste decennia niet hebben opgelost?

In Socialisme en Democratie (2013, no 5) pakt Hugo Priemus die handschoen op: over het kind en het badwater schrijft hij. En over het beleid van Minister Blok dat niet echt meer serieus te nemen valt: geen kleine kwalificatie voor de bedaarde en vriendelijke wetenschapper die Priemus meestal is. Maar in het toekomstbeeld van zijn verhaal blijft veel bij het oude. Dat intrigeert mij: hebben we voldoende stoutmoedige visies, waarmee we de discussie aan kunnen? Hebben we daarvoor ook bondgenoten in de politiek?

Eenvoudig beleid

De overheid moet kleiner en sterker, zo luidt het politieke cliché. Wat betekent dat dan precies voor interventie en beleid op de woningmarkt? Minister Blok heeft een “fatale remedie” gevonden: de sociale huurwoningen moeten marktconform geprijsd worden. Alleen, de sociale huurwoning was per definitie niet marktconform van prijs. Bijna alle ingewikkelde beleidsinstrumenten zijn gericht op die prijsbeheersing: huurprijsbeleid, huurbescherming, het WWS, de huurtoeslag, de doelgroepgrens, enzovoort. Als het geheel van bescherming en prijsbeinvloeding wordt losgelaten, gooi je het kind met het badwater weg, zoals Priemus concludeert.

Maar toch: Blok mag een fatale remedie hebben, simplisme kun je hem niet ontzeggen. (grapje)De  koopprijzen dalen nu vanzelf door de crisis, dus als we de huren duurder maken, komen huur en koop dichter bij elkaar te liggen. Dingen moeten zo simpel mogelijk worden gemaakt, maar niet simpeler dan dat. Want wat gebeurt er? De vraag naar betaalbare huurwoningen stijgt, de mutatiegraad neemt af, de betalingsproblemen onder huurders nemen toe. De koopmarkt herstelt zich elke maand, als een makelaar weer een vogeltje heeft zien vliegen. Vraag en aanbod zijn eenvoudige begrippen. Te eenvoudig wellicht.

Kleiner en sterker

Hoe krijg je een kleinere en sterkere overheid? In 1901 werd dat redelijk goed begrepen: huisvesting was een rijkszaak, maar een gemeentetaak. De gemeenten kregen natuurlijke partners in de vorm van toegelaten instellingen, die financiering konden krijgen middels zachte woningwetleningen. Daardoor konden zij betaalbaar bouwen. Het was een wonderbaarlijk eenvoudige marktinterventie, waar de wereld vaak nog jaloers naar kijkt.

Is eenvoud het sleutelbegrip? Het lijkt er op. In de jaren tachtig liep bij Vrom een beleidscoördinator rond, die alle regelingen die er waren in beeld moest brengen en houden. Het waren er toen meer dan zestig! Dat werd minstens onoverzichtelijk.

Heerma koos met zijn nota een dubbel pad, dat van de verzelfstandiging en dat van de decentralisatie. Die verzelfstandiging lukte aardig, al werd het toezicht problematisch, omdat de kwaliteit van het toezicht niet parallel liep met de kennisgroei der zelfstandige corporaties. De decentralisatie liep minder goed: het risico van verplaatste bemoeizucht moest vermeden worden, maar de gemeenten deden ook niet echt hun best van prestatie-afspraken meer dan onverbindende stukken papier te maken.

Resterend centralisme

Tegelijk bleef er nogal veel centraal geregeld: het begrip doelgroep (onder druk EU) leidde tot beleid rond toewijzen van woningen, de huuraanpassing en de jaarlijkse huurverhoging bleef centraal, de individuele huursubsidie veranderde door de verhuizing van Vrom naar de fiscus in een huurtoeslag, de EU werd steeds lastiger over de scheiding tussen marktactiviteit en sociale activiteit.

Het gemor in politieke kringen dat de brutering te royaal was uitgevallen en dat de corporaties veel te rijk waren, had ons kunnen wakker schudden. In het belastingplan voor 2013 werd eindelijk de formule gevonden waar de politiek op had gewerkt: hoe kunnen we het vermogen van de corporaties afromen? Inderdaad, door de verhuurdersheffing. Het blijft een kromme manier van rondpompen van geld: eerst proberen we een woning betaalbaar te maken voor een laag inkomen, vervolgens wijzen we die met veel moeite toe; als dan nog betaalbaarheid een probleem is wordt een huurtoeslag verstrekt. En die bewoner krijgt vervolgens de belasting van zijn verhuurder te dragen. Je kunt zeggen: de huurverhoging wordt gemeld in een blauwe enveloppe.

Het is allemaal vaker geschetst en verteld, dus tot zover geen nieuws. Maar soms moet je goed kijken naar wat we hebben, want ligt de oplossing, de weg naar het nieuwe, daarin besloten.

Wonen 4.0 en decentralisatie

De huur en de koopsector moeten geleidelijk af van hun financiële relatie met het overheidsbeleid. De hypotheekrenteaftrek verdwijnt stapsgewijs in dertig jaar. Kunnen we in die tijd ook naar “markthuren” groeien? En wat is dan precies een markthuur? De SER en Wonen  4.0.  zaten op die denklijn. Voorwaarde was wel dat er een goed instrument voor betaalbaarheid zou zijn in de vorm van een “woontoeslag”.

Hugo Priemus zegt wat besmuikt dat het politieke primaat voor het volkshuisvestingsbeleid bij de gemeenten en regio’s ligt. Dat denk ik ook. Nu zit ik in de lokale politiek en stel vast dat de verwarring en het zelfbewustzijn bij gemeenten over de decentralisaties van het sociaal domein meer dan huizenhoog zijn. Niettemin is het opbouwen van de verantwoordelijkheid van gemeenten voor het sociaal domein een goed moment om woonlasten en woonruimteverdeling lokaal in die afweging te betrekken. In Oost-Groningen  werkt het centrale huurbeleid anders dan in Haarlem of Utrecht: de gevolgen merken de huurders reeds nu in hun uitgaven.

Kortom: wat gebeurt er als de volkshuisvesting wordt gedecentraliseerd? Positief lijkt dat de kans op maatwerk groeit. Het beleid is te veel “one size fits all”, zodat de randstad en de periferie terecht klagen. Alleen is de klacht van de Randstad effectiever dan die uit Beerta of Emmercompascuum.

Wie durft?

Voor iedereen die beweert dat deze denkrichting onzinnig en gevaarlijk is, buig ik deemoedig het hoofd. Maar ik mis lol en durf... De gemeenten zijn in verwarring, maar ook met inspiratie bezig met de voorbereiding van hun nieuwe rol in het sociaal domein. Het ziet er zorgelijk uit, maar het kan wat worden. Vaak roepen wij dat BZK vooral Randstadbeleid maakt, de terreur van het gemiddelde.

Waarom denken we dan niet eens na over een systeembreuk? Dat zou een terugkeer naar een sterke operationele rol van gemeenten moeten zijn op het vlak van woonruimte productie, verdeling en betaalbaarheid. Prijzen op koopmarkt komen al lokaal tot stand. Waarom huurprijzen dan niet? Er is een centrale fictie dat inkomensbeleid door het Rijk wordt bepaald: prima, maar houden we dat nog vol na de decentralisaties in het sociaal domein?

Enzovoort. Ik zal de laatste zijn om te beweren dat ik alles heb doordacht. Maar ik mis de gedachten over de volkshuisvesting die inspireren tot nieuwe organisatie, tot nieuwe denkbeelden, tot een sterker lokaal bestuur.

Tom van Doormaal, 5 november 2013

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers