KAN REGEREN SIMPELER?

    Netwerk PI
    • Iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Netwerk PI 1753 dagen geleden
    KAN REGEREN SIMPELER?

    In 1980 werd in de V.S.  “the paperwork reduction act” van kracht. Het zijn rare jongens, die Amerikanen. Mooi  idee wel: je neemt er een wet tegen aan en je papierwerk neemt af.   Zou het echt zo zijn?  Door de wet kwam er een klein bureau in het Witte Huis, OIRA, het Office of Information and Regulatory Affairs. Of ze in OIRA “newspeak” als taal moesten voeren, weet ik niet.
    De regering Reagan maakte er nog een regel bij: “Regulatory action shall not be undertaken unless the potential benefits to society for the regulation outweigh the potential costs to society”. Een regeling mag wel, maar hij moet rendabel zijn: geen slechte gedachte. OIRA werd  belast met uitvoering van en toezicht op die regel.
    Cass Sunstein werkte toen als jonge medewerker op justitie en kreeg veel met de uitwerking van die regels door OIRA te maken. Toen hij een date had met een vriendin, vroeg die wat zijn droombaan was en hij antwoordde dat hij directeur van OIRA wilde zijn. Zijn vriendin was verbaasd en ontsteld, maar de date werd toch een succes en inmiddels zijn ze getrouwd.

    Hoeveel complexiteit moet?

    Einstein zei: maak dingen zo simpel als mogelijk, maar niet simpeler. Niklas Luhmann definieerde goed bestuur ongeveer als ‘het reduceren van complexiteit’.  Onze wereld is ingewikkeld en vraagt om gedetailleerde bemoeienis van de overheid. Die bemoeienis is vooral voor die ander, mijn buurman, die me hindert, die vervuiler die mijn sloot verontreinigt, de drinkebroer die mij betrekt in een verkeersongeluk.
    Dat zijn terreinen, waar we bemoeienis van de overheid, nog wel willen. Liever niet als het ons beperkt in onze vrijheid van handelen. Het roept de vraag op: waar ligt de grens? Waarmee mag en waarmee moet de overheid zich bemoeien? Het is de klassieke vraag uit de politieke theorie. De eerste geschreven kennisoverdracht, de steen van Rosetta, bevatte voorschriften voor meten en wegen: de overheid in die tijd wilde letterlijk “marktmeester” zijn. Sommigen vinden dat  genoeg.
    Met welk recht kunnen we de vrijheid van een ander beperken?  Mill beweert dat “- De enige reden waarom men rechtmatig macht kan uitoefenen over enig lid van een beschaafde samenleving, tegen zijn zin, de zorg is dat anderen geen schade wordt toegebracht. Iemands eigen welzijn, hetzij fysiek, hetzij moreel is geen voldoende rechtsgrond.” (John S. Mill, Over vrijheid, p.43)
    Lees Mill nog eens: gaan we te ver? Een helm op een bromfiets, een autogordel, etc.,  lijken geen voorzieningen die anderen beschermen, maar vooral de individu tegen zichzelf. Het beperken van het roken is wel consistent, maar denkend aan helm en autogordel is de vraag waarom roken niet eenvoudig verboden wordt als gevaarlijke en dodelijke activiteit.

    Paternalisme

    Natuurlijk, we roken, we eten te veel, we bewegen te weinig, we maken te veel schulden, we sparen te weinig voor later. Waarom doen we dingen die slecht zijn voor ons? Moet de overheid ons daarvoor behoeden?
    Het is een eeuwig discussiethema tussen ‘liberalen’ en ‘ingrijpers’. De klassieke liberaal volgt John Stuart Mill en beschouwt alleen de negatieve gevolgen van ons risicovolle gedrag voor anderen als een motief om regels te stellen. Je mag met een sportvliegtuig niet onder een brug door vliegen, niet omdat het gevaarlijk is voor de piloot, maar omdat het risico op een ongeluk anderen in gevaar brengt.
    Je kunt een onderscheid maken tussen paternalisme over middelen en doeleinden.  Bij de regelgeving moeten alternative benaderingen worden overwogen  “that maintain flexibility and freedom of choice for the public.” Het gaat hier om de tekst in een executive order van Obama, maar ik vermoed dat de auteur Cass Sunstein heet. Hij citeert hem in het stuk “It’s for your own good”, waarin hij het boek “Against Autonomy”  van Sarah Conly bespreekt, met de subtitel ‘justifying coercive paternalism’. Sunstein is het eens met het onderscheid tussen middelen en doeleinden. De doeleinden zijn vrij voor iedereen te kiezen, maar over de middelen moet worden getwist. Alleen, het onderscheid tussen doelen en middelen is niet scherp.
    Het is een belangrijk thema, de kern van het verschil tussen de paternalistische “nanny-state” en “the land of the free”. Maar moet het debat op dit ideologische vlak worden gevoerd? Of kunnen ook zonder ideologische haarkloverij, stappen naar een eenvoudig en effectief bestuur worden gezet?

    Simpler, the future of government

    Sunstein schreef bij zijn vertrek uit zijn droombaan over zijn ervaringen binnen OIRA, met de titel die ik hier boven weergeef.  Een belangrijke rol in zijn analyse speelt het snelle en het trage denken van Kahneman en Tversky. Het denken in system 1 gaat snel en intuÏtief, het denken in system 2  langzamer en rationeler. Voor het besturen van de wereld heeft dit inzicht veel betekenis. Want waarom eten we te veel, roken we te veel en rijden we te hard? Waarom besparen we te weinig, belasten we het milieu, gaan we op riskant wijze experimenten en risico’s aan?
    Sunstein schreef met Richard Thaler zijn bestseller “Nudge”, volgens het woordenboek een ‘duwtje’, maar volgens mij komt het wat plattere “kontje” er dichter bij: het gaat om een steuntje bij het overwinnen van een hindernis of moeilijke opdracht.

    Door ‘nudges’ bereiken we eenvoud, door “choice architecture” en “default rules”. Iedereen weet  dat de keuze-architectuur in de supermarkt  je manipuleert: op ooghoogte staat wat men je graag verkoopt, voor al het andere moet je bukken of rekken. Het is wel een beetje manipulatie, maar dat vinden we nog wel kunnen. Ook de default rule (verstek optie) kennen we wel: als je moet verklaren dat je orgaandonor wordt, krijg je weinig respons, maar als we regelen dat je het in principe bent, tenzij je daarover iets aangeeft, scoort de regel veel beter.

    Eenvoud bereik je ook door feitelijk en rationeel debat. Van belang is dan de kosten/baten analyse die Reagan al in de jaren tachtig verplicht stelde, maar misschien ook de moeite is de retrospective analysis, het terugkijken als je een tijd beleid hebt uitgevoerd. Goede regelgeving werkt in concert met sociale normen. Feiten moete helder zijn, instructies ook. Dat zijn ze vaak niet. Gorilla’s moeten beter zichtbaar worden gemaakt. Verplichte analyses van kosten en baten stimuleert tot actiever denken in system2.

    De ontbrekend conclusie

    Het is een aardige terugblik op drie jaar ervaring van de Czaar van de regelgeving uit het Witte Huis. Toch ontbreekt er iets. Sunstein gaat niet in op de structuur van de wetten en de realiteit in de uitvoering: hoe om te gaan met lagere overheden en toezicht? Hoe om te gaan met de vracht aan organisaties en instellingen, die zich bezig houden met de uitvoering?  Hoe vorm te geven aan kaderstelling, aan grenswaarden van processen waar anderen verantwoordelijk voor zijn en die anderen moeten bewaken?

    Niet zo lang geleden beleefde Philips een revolutie: het ging om “Sense and simplicity”. Ik zou zeggen, om zinnigheid en eenvoud. Maar Gerard Kleisterlee bedoelde dat niet alleen voor producten, maar ook voor de processen binnen het bedrijf.

    Philips snapte dat een binding met eenvoud gevestigd moest zijn bij de top van de onderneming. Maar Philips snapte ook dat er meer moest gebeuren. Het vormde een Simplicity Advisory Board, als kritische denktank, inspiratiebron en klankbordgroep om de zoektocht naar eenvoud op gang te houden. Ook die simpele boodschap moet wellicht verteld worden, als we onze regering voor houden dat het regeren  veel simpeler kan. Mark Rutte, bel eens met Gerard Kleisterlee.

    Tom van Doormaal, 03-12-13

    Cass Sunstein, “It’s for your own good”, in: NYReview of Books, 2013, no 4,

    Cass R. Sunstein, “Simple(r), the future of government”, New York 2013

    Alan Siegel, Irene Etzkorn, “Simple, conquering the crisis of complexity”, New York, 2013

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers