• Blogs
  • Netwerk PI
  • Visie, missie en strategie van het NPI. Concept-versie 26-5-2015

Visie, missie en strategie van het NPI. Concept-versie 26-5-2015

    Netwerk PI
    • Iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Netwerk PI 1272 dagen geleden Reacties (11)
    Visie, missie en strategie van het NPI.  Concept-versie 26-5-2015

    Verwarring vraagt visie

    Het Netwerk voor Politieke Innovatie bestaat uit ruim 100 personen met een bijzondere interesse in politieke vernieuwing. Wat politieke vernieuwing precies is, is de laatste decennia niet meer gepoogd te formuleren. Na vijf jaar van uiteenlopende activiteiten van een kerngroep van circa 15 leden van het netwerk ontstaat de behoefte een strategie te formuleren, om de activiteiten van het NPI doelgerichter en doeltreffender te maken. Het voorliggende document poogt daarin te voorzien.

    Voor het bepalen van een strategie is het wenselijk om te vertrekken vanuit een visie op politieke innovatie en een missie die daarvan kan worden afgeleid.

    Daaraan vooraf gaat  het benoemen van bouwstenen daartoe. Politieke formaties ontstaan veelal op basis van een gedeelde visie op de mens, alsmede op de organisatievragen die een sociale gemeenschap stelt. Hoe komen we tot collectieve wilsvorming, hoe lossen we de machtsvraag op, hoe sturen we het economische proces? Die vragen komen opnieuw op. Het globale communisme is als uitdaging verdwenen, de ICT-revolutie maakt een terugkeer naar kleinschaligheid mogelijk, de recente schuldencrisis confronteert ons met sturingsvragen. De politieke behoefte van burgers past niet goed meer bij de organisatievorm waarin onze collectieve wil tot stand komt, onze democratische gebruiken. Die zijn immers al eeuwen oud.

     

    Politiek denken

    De vorige eeuw was bloedig, met twee wereldoorlogen. De confrontatie van opvattingen over de mens bracht tweespalt: kapitalisme versus communisme. Die tweespalt bracht veel randconflicten, maar gelukkig geen totale confrontatie.                                                 Aan het einde van die eeuw stortte het globale communisme ineen en leek het “einde van de geschiedenis” (Fukuyama) in zicht. De overwinningsroes van het kapitalisme heeft mogelijk bijgedragen aan de ongeremdheid, waarmee de bankiers de wereld vervolgens in een schuldencrisis hebben gestort. Die crisis is nog maar ten dele overwonnen.

    Die ongeremdheid in het westerse denken brengt nieuwe belangstelling voor denkers van lang geleden, zoals de “moral sentiments” van Adam Smith, de “oorlog van allen tegen allen” van Thomas Hobbes, de amoraliteit van Macchiavelli, de categorische imperatief van Kant, het vrijheid gerichte denken van J.S. Mill. De politieke en sturingsvragen, die door de excessen van de economie worden opgeroepen, zijn vooralsnog grotendeels onbeantwoord.

    Die excessen hebben ook te maken met de ontwikkelingen in de technologie, die eerst tot schaalvergroting leidden en nu ook weer schaalverkleining mogelijk maken. De banken zijn “too big to fail” geworden, en de organisaties die belang hebben bij de bestaande orde groot en machtig. Daardoor zijn er grote belangen geschapen bij bestaande verhoudingen. Die belangen maken het moeilijk om wezenlijke veranderingen in de politiek door te voeren.

    Door ICT zijn wij echter ook beter in staat lokale en kleinschalige organisatievormen te ontwikkelen en te versterken; “all politics is local”, volgens een politicologen cliché. De mensen zelf zijn niet sterk veranderd, maar wel is hun opleidingsniveau en geïnformeerdheid exponentieel gestegen. Daardoor verandert de verhouding tussen de burgers en hun representatieve organen aanzienlijk. Wat is de betekenis van die verandering? Democratie wordt vooral gekoesterd omdat het tirannie verhindert, niet omdat het een bestuursvorm is waarmee doelgericht resultaat kan worden geboekt. Hoe kan de democratie zodanig gaan functioneren, dat daarmee de door de meerderheid van de burgers zozeer gewenste veranderingen kunnen worden bewerkstelligd?Politieke innovatie

    Kunnen we politiek eigenlijk wel innoveren in een democratie? Ooit bedacht Hans van Mierlo de “ontploffingstheorie”, als het oude systeem zou vastlopen. Maar dat gebeurde niet, net zo min als de revolutie voor de arbeiders van Marx kwam. Ons gemengde kapitalistische systeem toont een grote veerkracht en een opmerkelijk aanpassingsvermogen.

    In een democratie kan “effectieve politieke vernieuwing alleen plaatsvinden via bestaande instituties en woorden, die een collectief erfgoed zijn dat door geen der burgers ten eigen bate kan worden omgebogen.” (Herman Van Gunsteren, “Woordenschat voor verwarde politici”, 2003, p.9)

    Sommigen voelen zich revolutionair door het oude als ‘vermolmd’ en ‘vastgelopen’ te kwalificeren. Maar dat levert niets op dan frustratie. Als men het systeem totaal verwerpt, plaatst men zich er buiten, zoals Provo of de Kabouterbeweging deden. Ook de (nogal zwakke)oproepen van de Occupy-beweging hebben niets tot stand gebracht, afgezien wellicht van frustratie over de rigiditeit van het bestaande systeem,  “Men wil het bestaande veranderen, maar de instrumenten daarvoor zijn juist daar, in dat bestaande, te vinden. En het is de oude garde die geoefend is in de omgang daarmee.” Ibidem, van Gunsteren, p.9)

    Daar komt bij dat het bestaande vaak de vijand is van het nieuwe. In de tijd dat het scheppen van grootschalige organisaties de hoogste economische wijsheid was, hebben wij grootschalige belangen in de bestaande realiteit geschapen, belangen die zich tegen vernieuwing verzetten. Voorstellen voor vernieuwing zijn vaak weinig doordacht, zodat die bestaande belangen het gemakkelijk hebben met hun verzet. Maar ook goed doordachte voorstellen moeten vaak weer afleggen tegen het fenomeen dat tegenstanders zulke voorstellen zelfs met niet-onderbouwde stellingen tamelijk makkelijk kunnen bestrijden (zie bijvoorbeeld het recente debat in de Volkskrant over het basisinkomen). De voordelen van ICT manifesteren zich niet altijd: het openbaar debat op internet wordt vaak door ongeremdheid ontsierd en gehinderd.

     

    Politieke democratie

    Als democratie een onbetwist goed is, kun je er dan teveel van hebben? Het is een weinig comfortabele vraag, maar zoals gezegd, voor democratie pleit niet wat zij tot stand brengt, maar wat zij voorkomt, namelijk tirannie. De mogelijkheid dat de democratie ons remt in de vormgeving van onze samenleving en economie, moet onder ogen worden gezien.

    Er zijn drie risico’s voor de democratie: de eerste is de instant bevrediging van wensen. De kiezers steunen de sterke man, die al gauw de tiran dreigt te worden die ze niet wilden. Het beeld van onze populistische helden en het risico van hun verkiezing dringt zich op.                                                                                                                                  

    Het tweede gevaar is de betweterige disciplinering door paternalistische ambtenaren, die weten wat goed voor ons is. In de V.S. wordt gepleit voor een welwillend paternalisme, zoals Plato destijds de verlichte despoot als goede regeerder zag (Cass Sunstein).  Maar hoeveel welwillend paternalisme kunnen wij verdragen?                                                                                                                                        

    Het derde gevaar is de onverschilligheid voor de politiek, door afkeer van het gekrakeel en de beperkte resultaten van de politieke strijd (Van Gunsteren, p.34). Alleen al de opkomstcijfers bij verkiezingen laten zien dat dit een serieus risico kan zijn.

    Dit confronteert ons met de verhouding tussen politiek en bestuur; er lijkt een tendens gaande waarbij het onderscheid tussen beide vervaagt en het bestuur het politieke in zich op neemt. In de huidige regeringscoalitie hebben veel linkse sociaaldemocraten daar last van: zijn zij nog links genoeg? Hetzelfde geldt in mindere mate trouwens ook voor de liberalen: laten zij zich niet vangen door ouderwets linksisme en verloochenen ze daarmee niet hun liberale principes? Het populisme mag onplezierige kanten hebben, maar de wijze waarop het politiek en bestuur uit elkaar houdt, kan alleen maar heilzaam zijn.

     

    Visie op politieke innovatie en missie van het NPI

    Vele wetenschappers, journalisten en andere burgers vertellen ons dat ons democratische stelsel  gestagneerd is. Alleen kleine stapjes kunnen nog worden gezet, en lang niet altijd in de goede richting. Maatschappelijke veranderingen worden daardoor ernstig belemmerd, terwijl toch de wens om tot verbeteringen te komen algemeen is, zoals in: onderwijs, arbeidsmarkt, zorg, huisvesting, omgeving, veiligheid, vervoer, buitenlands beleid, en in het democratische stelsel zelf ( zie o.a. P. van Hoesel, Partij voor eenvoud, Sdu, 2008).

    De politieke stagnatie wordt in de hand gewerkt door een veelheid van samenwerkende factoren: de macht van bestaande belangen (ijzeren driehoek), de ideologische fragmentatie in het politieke landschap, de toenemende complexiteit van maatschappelijke problemen, snelle technologische veranderingen en de trage aanpassing daaraan door het openbaar bestuur, de voortdurend groeiende complexiteit van de onoverzichtelijke en rigide regelsystemen van de diverse overheden. Misschien zou een revolutie voor een doorbraak kunnen zorgen, maar of dat tot een betere samenleving leidt is zeer de vraag. Een blik naar recente revoluties in allerlei landen stemt niet hoopvol. Het zou beter zijn om een andere sleutel te vinden om tot veranderingen te komen.

    Volgens het NPI kan die andere sleutel worden gevonden in het vereenvoudigen van het overheidsbeleid. Eenvoud is te beschouwen als een toetssteen voor goed overheidsbeleid, want het bevordert de kwaliteit van het overheidsbeleid. Eenvoudig beleid is vrijwel altijd doeltreffender, doelmatiger, rechtvaardiger en consistenter dan complex beleid (Van Hoesel, p.57-70). Die complexiteit lijkt een bijproduct van onze democratische besluitvorming. Niet eenvoud is de drijvende kracht in onze regulerende activiteit, maar veeleer complexiteit: er wordt voortdurend naar manieren gezocht om iedere belanghebbende voordelen te gunnen, zodat meerderheden in de besluitvorming ontstaan. Die drijvende kracht moet dan ook worden vervangen door een nieuwe drijvende kracht die eenvoud van overheidsbeleid met zich meebrengt.

    Eenvoud moet een aantrekkelijk perspectief worden waarmee de belangen van burgers maar ook van uiteenlopende stakeholders optimaal worden bediend. Als het goed doordacht is kan eenvoudig beleid uiteindelijk veel beter allerlei tegengestelde belangen aan elkaar verbinden, niet via zwakke compromissen maar door een synthese te zoeken op hoger niveau die recht doet aan de op zichzelf niet onterechte uitgangspunten van uiteenlopende partijen en/of belangen.

    Het gaat er dus vooral om naar wegen te zoeken die de zozeer gewenste ruimte voor vernieuwing openen. Daarvoor doen we een beroep op de gedachte dat de mens een “maker” is, dat hij competent is als producent en dat hij plezier heeft in verbetering van zijn vakmanschap en in samenwerking met anderen, om zijn productieve prestatie nog verder te verbeteren. Lang geleden was de relatie tussen meester en leerling de basis van het gilde. Het is merkwaardig dat er geen ambachtelijke opleidingen bestaan waar je als beleidsambtenaar, als uitvoerder of als adviseur kunt leren hoe je tot goed beleid komt. Het NPI wil daar langs zoveel mogelijk wegen verandering in brengen. Dat brengt ons bij de strategie van het NPI

     

    Strategie van het NPI

    De strategie van het NPI bestaat uit het bevorderen van vakmanschap op het gebied van beleid maken en uitvoeren, van samenwerking tussen de diverse belangengroepen, van het organiseren van maatschappelijke verbeteringen buiten het bestuurlijke circuit, van toepassing van het criterium eenvoud in het beleidsproces en in maatschappelijke discussies, van een maatschappelijke cultuur die complexiteit wil uitbannen.

    De uiteenlopende competenties van de NPI-leden stellen het NPI in staat om een omvangrijk programma uit te voeren voor het bevorderen van deze verbeteringen. De gedachte is dat een proces van voortdurende verbetering een eigen dynamiek verkrijgt en aan kracht wint, zoals een gaatje in een dijk uiteindelijk tot een doorbraak kan leiden.

    Onderstaande opsomming geeft hiervan een beeld.

    • Cursussen aan beleidsambtenaren over beleidsvereenvoudiging. Als beleidsambtenaren de geest zouden krijgen, kunnen zij uitgroeien tot de dragers van de veranderingen.
    • Proposities voor beleidsvereenvoudiging aanbieden. De kostenvoordelen daarvan vormen een krachtig motief om daarop in te gaan. Vaak zijn die vereenvoudigingen al verzonnen, maar met het oordeel “onhaalbaar” ter zijde gelegd.
    • Concrete beleidsvoorstellen ontwikkelen (bijvoorbeeld over het basisinkomen). Door concrete voorstellen te ontwikkelen kan overtuigend duidelijk worden gemaakt wat de voordelen zijn van eenvoudiger beleid.
    • Hoogwaardige syntheses tussen links en rechts maken het mogelijk om meerderheden te vinden die voorheen moeilijk tot stand kwamen of die hoogstens tot slechte compromissen in staat bleken. De coalitie van Rutte 2 illustreert de behoefte daar aan.
    • Bedenken van eenvoudige alternatieven voor bestaand beleid. Door zulke alternatieven in te brengen in programma-overleg binnen politieke partijen,  kan politici de ogen worden geopend.
    • Aantonen van verouderd en nutteloos beleid. Verouderde producten van het bedrijfsleven verdwijnen vanzelf van de markt door vraaguitval, maar obsoleet beleid moet bewust worden verwijderd.
    • Stukken publiceren, presentaties geven. Weliswaar is dit een langzame weg, maar je kunt het lang volhouden en uiteindelijk dringt het toch wel door.
    • In contacten met overheden beleidsvereenvoudiging aansnijden. In zowat elk contact met de overheid is het mogelijk om te wijzen op aspecten die te maken hebben met vereenvoudiging van beleid. Het vraagt wel om bestuurders, die het verschil tussen richting geven en uitvoeren cultiveren en in de politieke discussie overeind houden.
    • Congres(sen) organiseren voor politici en bestuursambtenaren. Een congres geeft het NPI bekendheid. Een inhoudelijk goed congres kan ertoe leiden dat het NPI enig gezag ontwikkelt en ideeën zaait in de politieke arena.
    • Op lokaal niveau participeren in vernieuwende projecten. In de lokale praktijk laten zien hoe alternatief beleid kan worden vormgegeven kan leiden tot olievlekwerking.
    • Meedoen aan politieke activiteiten waarin openingen kunnen worden gevonden voor beleidsvereenvoudiging. Met andere woorden, binnen de politiek kansen benutten om het thema beleidsvereenvoudiging te introduceren.
    • Oprichten van een nieuwe politieke partij. De oprichting zelf is niet zo moeilijk, maar het trekken van aandacht bij de media en vervolgens de kiezers vergt een lang volgehouden creatief traject. De valstrik van populistische verleiding ligt om de hoek.
    • Stimuleren van bottom-up beleidsontwikkeling. Interactieve beleidsontwikkeling levert beter beleid op naarmate alle stakeholders inclusief gewone burgers de kans krijgen om van begin tot eind van de beleidscyclus actief mee te doen in het beleidsproces. Analyseren waarom dat te weinig vorm krijgt.
    • Stimuleren van het gebruik van kennis uit wetenschap en praktijk. Systematische kennisintensieve beleidsontwikkeling gedurende het gehele beleidsproces levert beter beleid op.
    • Aansluiten bij relevante andere netwerken. De meeste NPI-leden zijn ook actief in andere netwerken, verenigingen, initiatieven e.d., hetgeen kan leiden tot wederzijdse versterking.

    De meeste van deze activiteiten kunnen door afzonderlijke leden of kleine groepjes worden uitgevoerd, maar er kan nog wel meerwaarde worden bereikt als de leden samenwerking zoeken met ander NPI-leden. Er zitten ook activiteiten tussen die vragen om samenwerking tussen een groter aantal leden. Een uitvoerige inventarisatie van de activiteiten van leden kan leiden tot meer onderlinge samenwerking. Verder zou het nuttig zijn om de relevantie van de diverse activiteiten voor de omvattende strategie van het NPI nader aan te wijzen en om na te gaan welke activiteiten zouden moeten worden toegevoegd om tot voldoende omvattendheid te kunnen komen.

    Het NPI heeft tot nu toe zonder regie gefunctioneerd. Het laat zich aanzien dat er voor sommige activiteiten en voor het programma als geheel enige regie wenselijk is. De vorm waarin dat kan worden gegoten is afhankelijk van het programma dat het NPI de komende periode wil gaan uitvoeren.

    Peter van Hoesel

    Tom van Doormaal, 26 mei 2015

    Dit is een concept voor verdere bespreking binnen het NPI.
    Inbreng van anderen wordt op prijs gesteld.
    Er is ook een PDF-versie beschikbaar.

    Reageren bij voorkeur via de NPI-website.

    Reacties

    Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
      • Reyer Brons
        Reyer Brons 1244 dagen geleden

        Op 16-6 vond een bijeenkomst plaats van het Netwerk Eeenvoud, waarin dit onderwerp aan de orde kwam,

        Aanwezig waren Peter van Hoesel,  Geert-Jan van der WolfAndré Nijsen, Wim EssersHarrie CustersTom van DoormaalRob Janssen DuyghuysenSjoerd Hania en Reyer Brons.

        De bijeenkomst wordt voorgezeten door Harrie.
        Hij stelt voor dat alle aanwezigen de vraag (met dank aan Stephan) beantwoorden wat (over drie jaar volgens het journaal) door het NPI bereikt moet.
        Daarop komen de volgende antwoorden:
        • de hardleerse overheid is verander in een lerende overheid
        • bij beleidsbepaling wordt meer gebruik gemaakt van kennis
        • niet de economie,  maar de burger staat centraal
        • politici dienen het algemeen belang en niet het eigenbelang. Er zijn remmen op ontsporingen naar eigenbelang of deelbelangen
        • leden van het NPI worden meer doeners dan schrijvers
        • streef op zoveel mogelijk fronten naar eenvoud
        • de desastreuze  scheiding tussen beleid en uitvoering verdwijnt
        • er is een beleidsafschaffingsbrigade gericht op elimineren van ineffectief beleid of zelfs een beleidsbrigade gericht op het verbeteren van beleid
        • er moet meer lokaal en regionaal geëxperimenteerd worden
        • er moet meer zeggenschap bij de regio komen
        • delegeren moet van beneden naar boven ipv andrsom
        • de moraliteit moet terug - het gaat nu mis zodra de wet het overneemt
        • modernisering van democratie waarbij menselijke waarden weer primair worden
        Het bovenstaande zou nog wat compacter en consistenter geformulleerd moeten worden.
         
        Vervolgens komt de vraag an de orde hoe we de kone=mende drie jaar te werk f=gaan om deze resultaten te bereiken.
        Een aantal antwoorden
        • een belangrijke sleutel kan liggen bij de ambtenaren. Die moeten weer het de bevolkingen dienen ipv de politici
        • spelregels veranderen helpt niet meer, het kis tijd voor een nieuw spel
        • open beleidsontwikkeling is nodig,waarbij kennis een serieuze plek krijgt
        • we kunnen op een aantal fronten weken, maar niet op al te veel. Wel is op elk frondt een zekere regie nodig, op zijn minst het beaken van het overzicht.
        Als opties voor te bewandelene wegen worden voorlopig genoemd:
        • ambtenaren (Peter)
        • media (Sjoerd)
        • lokale experimenten (Harrie, Tom)
        Niet genoemd, maar het basisinkomen (Reyer) zou ook goed in dit rijtje kunnen.
         
        Zie ook de eerder rond gestuurde lucifersdoosje tekst van Tom:

        Mijn geloof is dat de moraal is verdwenen in de professionalisering en schaalvergroting en dat ons dat door de complexiteit niet meer opvalt; ook dat de ICT revolutie een terugkeer naar kleinschaligheid en efficiency mogelijk maakt en dat wij daar in sterker moeten sturen en duwen.
        Hoe we dat doen? Door klein en nederig, braaf en systeemtrouw, radicaal en vernieuwend wanneer er draagvlak voor is te vinden, strategisch stapelen van initiatieven, zodat een tsunami van vernieuwing ontstaat, die de politiek dwingt bakens te verzetten.

        Harrie zal de conclusies van zoals hierboven geformuleerd nog wat aanscherpen/uitwerken.
         
        Reyer organiseert via de datumprikker een volgende bijeenkomst na de vakantieperiode (vanaf medio september).
         
        Peter spreekt zijn complimenten uit voor de manier waarop harrei de bijeen komst heeft geleid.
        • Geert-Jan van der Wolf
          Geert-Jan van der Wolf 1259 dagen geleden

          Vanuit mijn standpunt zie ik geen objecten in onze samenleving, in onze maatschappij die ons uit de wind kunnen houden of ons houvast kunnen bieden. Elk van ons zie ik staan in, soms, de volle storm die het maatschappelijke leven opwerpt. Om daarin overeind te blijven, kun je als mensen eigenlijk alleen maar inhaken en elkaar over eind houden. Wij kunnen daarnaast ook iets magisch: doordat wij de storm gecreëerd hebben kunnen wij ook zeggen: "Word kalm, ga heen." Misschien een idee om onszelf deze magische kracht te herinneren en vooral waar nodig te gebruiken.

          • Reyer Brons
            Reyer Brons 1261 dagen geleden
            Het sterk vanuit zijn eigen individuele beleving neergezette betoog van Geert-Jan versterkt mijn opvatting dat het zinloos is om een tegenstelling te suggereren tussen in het systeem werken en tegen het systeem werken. We maken zelf het systeem en daar kunnen we niet aan ontsnappen!

            Je kunt er voor kiezen al dan niet tijdelijk in een hoekje aan de slag te gaan waar de grote stormen van het systeem op dat moment aan voorbij gaan.
            Maar soms wordt je toch gevonden, en soms moet of wil je de confrontatie toch aan. Microsoft is ook niet blijven steken in de garage waarin ze zijn gestart....
             
            Het is waar dat het systeem als geheel vaak meedogenloos tegenstand afstraft. Maar het is niet waar dat het systeem als geheel onveranderbaar is. De met overmacht herkozen Blatter hield het nog geen week vol...
             
            ​Uiteraard kun je als extreme strategie in eerste instantie kiezen voor het onzichtbare hoekje of juist het oog van de storm. Maar in beide gevallen moet je er voor klaar zijn om de andere kant er bij te betrekken.
             
            • Geert-Jan van der Wolf
              Geert-Jan van der Wolf 1261 dagen geleden

              Beste mensen,

              De strategie bepalen maakt wel de tongen, danwel de pennen los. Ik geniet van deze interactie. Het verwijst voor mij naar de passie, de levenskracht die zit in onze groep.

              @Peter(vH): wanneer voor jou naar buiten komt dat ik eigenlijk vind dat wij ons als burgers, medecreators van deze maatschappij ons in schuld en schaamte moeten wentelen, dan heb ik mij verkeerd uitgedrukt. Ik zal trachten mij helder uit te drukken. Ik hoor ook je verlangen naar concrete stappen. Je geeft aan dat ik achterwege laat die te noemen. Ik zal een paar voorstellen doen. Ik hoop van je te horen, net als van de anderen, of me dat is gelukt in mijn navolgende schrijven.

              Ik hecht geen geloof (meer) aan schuld en schaamte. Ik geloof wel in het erkennen van mijn toerekeningsvatbaarheid of medetoerekeningsvatbaarheid. Dat lijkt verdacht veel op 'schuld'. Het is echter (heel) anders.

              Het verschil tussen schuld en toerekeningsvatbaarheid zit in de intentie vanwaaruit het handelen is geïnitieerd. Bij schuld was geheel en al duidelijk dat het disfunctioneel handelen zou zijn en is bewust gekozen om de schade, de ontkenning, de verkrachting, de ... uit te voeren. Wat echter lastig is daarin is dat bij schuld geen werkelijk onderzoek naar disfunctionaliteit wordt gedaan maar vanuit een bepaalde levensvisie gegeneraliseerd wordt. Het is de schuld van al die vreemdelingen die maar asiel vragen dat wij geen werk hebben. Enerzijds hebben wij handen vol werk aan al die asielvragende mensen en anderzijds zijn zij naar hier gekomen omdat hier de economie zogenaamd wel groeit, hier wel werk is. Schuld is altijd gebonden aan een levensvisie over wat disfunctioneel is als mensen onder elkaar. Wil je als mensen samen over schuld praten dien je over de gezamelijke levensvisie te praten.
              Schaamte is regelstreeks aan schuld gebonden. Schaamte is het afkeuren van mijn schuld. Het zet mij aan tot het ontkennen van schuld. Mij ergens voor moeten schamen is rechtstreeks verbonden aan de levensvisie die mij verbiedt bepaalde schuld te hebben. Het feit dat ik van mezelf vind een schuld te hebben (volgens die levensvisie) maakt dat ik mij schaam. Ik schaam mij op geen enkele manier voor de maatschappij waarvoor ik (mede)toerekeningsvatbaar ben.

              Om toerekeningsvatbaar te zijn voor handelen, is een eerste vereiste dat het bedoelde handelen tot mijn handelen kan worden gerekend. In deze zin is een wereldbeeld opgesloten wat ik zal verhelderen. Het wereldbeeld gaat met name over het menselijke aspect van de werkelijkheid. Ik geloof dat elk mens zijn/haar handelen is toe te rekenen. Het is namelijk het handelen van mensen dat de samenleving zoals wij die nu hebben tot stand laat komen. Dus hoe dis- of functioneel het handelen ook is, het vindt zijn oorsprong in een mens, groep van mensen. Wat ik ook maar doe, het maakt onze samenleving tot wat die nu is. Ik handel gedurende mijn hele leven en als gevolg daarvan is nu mijn leven en ieder anders leven zoals het nu is. Ik ben een speler, een actor in de samenleving die wij met elkaar nu zijn. Samenleving van heel klein, mijn eigen gezin, relatie, tot aan de wereldsamenleving aan toe. Vanuit dat perspectief zeg ik dat ik geen respect voor mijzelf of mijn handelen heb wanneer ik het oliegarchisch nepotistisch besturen van onze maatschappij en daarmee ook een groot deel onze samenleving als democratisch blijf benoemen. Ik ontken het belang van mijn handelen. Ik ontken het belang van mijzelf. Met deze woorden komt nog een ander aspect van het onderliggende wereldbeeld boven.

              Mijn handelen van belang noemen, is alleen mogelijk wanneer ik van belang ben. De basis van mijn belang is dat ik besta. Ik besta. Ik ben die ik ben. Niets of niemand kan mij dat ontkennen of afnemen. Ik kan wel dood gemaakt worden, doodgezwegen worden, genegeerd, enzovoort. Welke activiteit het ook is, het is altijd een actie die mijn bestaan als basis heeft. Bestaan is onvervreemdbaar van mij, jou, ieder ander. Het is zelfs onvervreemdbaar van elk levend wezen of zelfs maar object. Wanneer wij een object eenmaal gemaakt hebben, kunnen wij het bestaan daarvan wel weer ongedaan maken, maar nooit meer wegnemen.

              Vanuit mijn bestaan, kom ik elke dag weer tot de conclusie dat ik medemaker ben van de samenleving om mij heen. Mijn handelen heeft directe gevolgen voor wat zich afspeelt in deze samenleving waarin ik besta. Invloed door het eten wat ik eet, de muziek die ik luister, het slapen dat ik doe. Alles wat ik doe, heeft een oorzaak en een gevolg. Een geschiedenis en een toekomst. En wat ik in het Nu beslis te doen, maakt de wereld die zich aan het ontvouwen is. Dit stuk dat ik nu aan het schrijven ben, gaat jullie bewegen. Jullie gaan iets met het stuk doen. Maakt niets uit wat je met het stuk doet, het veranderd je werkelijkheid doordat het stuk in het leven is geroepen door mij. Elke handeling die ik doe, die elk mens doet, maakt de werkelijkheid tot wat die nu is. Vanuit deze overtuiging zei ik in mijn vorige stuk dat wij als 'oudjes' toerekeningsvatbaar zijn voor alle disfunctionele aspecten van onze maatschappij en onze samenleving. Ook voor alle functionele aspecten overigens.

              Voor mij is een onderscheid tussen onze maatschappij en onze samenleving aanwezig. Onze maatschappij is alles wat zich in regels, wetten enzovoort bevind. Onze samenleving is precies dat: samen leven. Onze maatschappij werkt omdat het geen samenleving is. Een maatschappij is gestoeld op levensvisies, levensopvattingen. Ons oliegargisch nepotistisch bestuur democratisch noemen is een levensopvatting. In die opvatting is opgenomen dat je als mens jezelf voor de gek mag houden, jezelf mag beschermen door weg te kijken, jezelf gerust te stellen door negeren, ontkennen en wegdrukken. Het is een levensopvatting die werkt. Een levensopvatting die volslagen legitiem is. Net als elk andere levensvisie. Want niemand kent de werkelijkheid zoals die werkelijk is. Cornelis Verhoeven vertelt in zijn verhaal "Rondom de Leegte" daarover. Ik geloof in zijn verhaal. Hij zegt, in het kort, dat wij allemaal vanuit een ander standpunt naar wat wij de werkelijkheid noemen, kijken. Wat die werkelijkheid werkelijk is heeft nog niemand meegemaakt, noch kunnen beschrijven. We weten slechts dat die werkelijkheid ergens daar in het midden ligt. Vanuit dat standpunt zeg ik: elke levensvisie is evenwaardig. Het staat elk van ons vrij onze democratie oliegargisch nepotisme te noemen. Om het maar eens om te draaien.

              Wanneer alles even waar is, lijkt het alsof ik niets meer kan doen. Gelukkig voor alle mensen is hun denken hun leven niet. Ons denken gaat blijkbaar maar deels over ons leven. In Harries woorden: "het leven ging gewoon door". Om dus vat te krijgen op de wereld hebben we nog een factor nodig. Ik geloof, want ik ken de werkelijkheid onvoldoende, dat die factor mijn lichaamsbeleving is, de lichamelijke gewaarwording van een ieder is. Ik kan concreet in mijn lichaam voelen wanneer ik in vrede, vrijheid en vreugde ben. Dan is mijn lichaam ontspannen, vol rustige activiteit en voel ik mij blij. Dit is inmiddels door middel van door ons zelf ontworpen denkbeelden en instrumentarium inzichtelijk te maken. Anders geformuleerd: het is medisch aantoonbaar. Dit is de staat waarvan inzichtelijk te maken is dat het menselijk lichaam dat als 'nulpunt' ervaart, hanteert. Een mens is in de optimale stand als die mens zich vredig, vrij en blij voelt. Ik geloof het echter om twee redenen: omdat het medisch wordt bevestigd wat mijn innerlijke leider al zei: ik ben op mijn best wanneer ik in alle vrijheid vredig geniet. Dit is mijn allerdiepste ijkpunt geworden. Voelt mijn lichaam zich vredig, vrij en blij.

              Met dit ijkpunt kan ik alles wat zich in mijn leven afspeelt, ijken. Ik kan nu ook mijn handelen richting geven. Het behoeft maar weinig fantasie om me voor te stellen dat het voor andere mensen ook zo werkt. Ik kan het ook gelijk bewijzen. Wanneer ik onvrede, onvrijheid en onbehagen creëer voel ik mezelf slecht en krijg ik gelijk anderen over mij heen met het, laat ik het voorlopig op verzoek houden, om mijn gedrag te veranderen naar gedrag dat vredig is, vrijheid schept en vreugde geeft. Ik geloof dus dat ik het als het basale ijkpunt kan gebruiken.

              Vanuit dit ijkpunt kijk ik naar mijn samen leven, naar mijn maatschappij. Mijn samenleving, mijn maatschappij omdat ik besta. Wanneer dingen volgens mijn ijking als onvredig, onvrij en verdrietig makend zijn te bestempelen dan zal dat voor andere mensen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid ook wel zo zijn. Daarmee kan ik een stap maken naar de strategie voor ons als NPI.

              Uitgaande van het geloof dat mensen gelijk zijn in hun lichaamsbeleving en dus in essentie allemaal naar een voortdurende staat van vrede, vrijheid en vreugde streven, is te zeggen dat wij met elkaar dus aan welzijn, welvaart en welbevinden voor iedereen op elk moment moeten werken. Zonder welzijn, welvaart en welbevinden voor iedereen zal niemand vrijheid, vrede en vreugde kennen. Het is misschien een wat grote stap in eens: vanuit het door mij geschetste perspectief op de werkelijkheid klopt het in alle aspecten. Het is een utopisch perspectief omdat het nog in ontwikkeling is. Het ligt ook, mogelijk zelfs ver, achter de horizon. Dat is ook nodig want anders kun je geen strategie en geen tactiek bedenken. Want strategie en tactiek zijn niks anders dan zich verbeelden hoe in het doel aan te komen geven de bestaande situatie, vanuit de huidige positie, locatie.

              Wat mij betreft gaat de strategie (en de tactiek) van het NPI zich buigen over maar één ding: hoe krijgen we op een zo kort mogelijke termijn welzijn, welvaart en welbevinden op elk moment van de dag voor al het Leven. Deze keuze betekent dat wij als NPI dan in elk geval de volgende dingen gaan doen:

              Modelontwikkeling, Levensbeschouwlijk discours:

              * bedenken van een economisch stelsel dat welzijn, welvaart en welbevinden voor al het leven vormgeeft en waarmaakt in harmonie met wat de Aarde per jaar opbrengt.
              * een stelsel voor gouvernement bedenken wat dat #W3VIEM vormgeeft en waarmaakt wat zal stralen door eenvoud, rechtvaardigheid en effectiviteit
              * een stelsel voor bedrijfsmatigheid bedenken dat #W3VIEM vormgeeft en waarmaakt wat zal stralen door eenvoud, genialiteit en duurzaamheid
              * papers schrijven die beargumenteren waarom mensen gediend zijn bij vrede, vrijheid en vreugde voor iedereen elk moment van de dag.
              * alle bestaande theoretische modellen tegen het licht van welzijn, welvaart en welbevinden voor iedereen houden.
              * ...

              Intermenselijke interactie:
              * lezingen geven over het belang van leven vanuit welzijn, welvaart en welbevinden voor iedereen elk moment (#W3VIEM)
              * opleiding verzorgen met dat als kennis en vaardigheidsdoel
              * stukken publiceren die uitleggen waarom die utopie het leven voor iedereen op elk moment van de dag de moeite waard maken.
              * ...

              Innerlijke groei:
              * zelfonderzoek en zelfontwikkeling ondernemen om te kijken hoe de eigen denkbeelden nog in de weg staan van een waar maken van vrede, vrijheid en vreugde op elk moment van je dag.
              * jezelf ontwikkelen om hartsintelligent -- werkend aan welzijn, welvaart en welbevinden voor iedereen elk moment -- door het leven te gaan.
              * ...

              Samen leven:
              * jezelf laten kennen als een mens dat werkt aan, zich inzet voor #W3VIEM
              * jezelf verbinden met andere mensen die ook #W3VIEM aan het waar maken zijn en samen werken
              * te hoop lopen tegen elke activiteit die mensen ontplooien, in regels en wetten willen verankeren die #W3VIEM verhinderen.
              * ...

              Dit is wat ik voor ogen heb, wanneer ik zeg dat we met elkaar open, echt, helder, verbonden en beseffend dat we bij elkaar horen mogen zeggen dat zoals het nu gaat (ver) afwijkt van welzijn, welvaart en welbevinden voor iedereen elk moment. Dit is wat mij voor ogen staat wanneer ik over de utopie als doel praat. Hier wil ik samen met jullie aan werken. Want ik heb in elk van jullie die ik tot nu toe heb meegemaakt dat vuur, die passie gevoeld om te werken aan een samenleving, aan een maatschappij die wel levensvatbaar is. Wij hebben de wereld (mede) gemaakt tot wat die nu is. Wij kunnen die wereld gaan maken tot een wereld die wel in evenwicht is met de bodem onder ons aller bestaan, de (ecologie van de) aarde. We kunnen dat doen door trachten vanuit schaamte met schuld te schuiven of in onze innerlijke leider te gaan staan, toe te geven dat we nodig andere gedachtenmodellen dienen te gaan gebruiken willen wij onze achter-achter-kleinkinderen een kans op overleven als mens geven. Ik geloof dat ik dat samen met jullie kan waarmaken. En zoals alles begint het bij: wat doen we Nu?

              • Netwerk PI
                Netwerk PI 1261 dagen geleden

                Reactie van Peter van Hoesel op Geert-Jan:

                Beste Geert-Jan,

                Als ik je boodschap op de site goed begrijp moeten we ons in de eerste plaats maar eens diep gaan schamen.

                Dat zou kunnen, maar daar schieten we volgens mij weinig mee op. Jouw utopische gedachte (laat ik dat toch maar zo noemen) verwijst naar een situatie ver achter de horizon, en omdat je niet aangeeft welke stappen naar de horizon kunnen worden gezet geeft het eigenlijk geen houvast voor onze strategie.

                Ik vind dat NPI’ers met hun gedachten maar vooral ook met hun activiteiten laten zien dat ze een andere samenleving willen. Zij doen met name met hun acties in elk geval iets om die schaamte te compenseren. En dat is meer dan van de meeste andere mensen gezegd kan worden.

                 

                Eenvoud is daarbij een goede richtsnoer. Jij kunt natuurlijk vinden dat het vereenvoudigen van “een paar regeltjes” weinig oplevert, maar volgens mij sla je daarmee de plank mis.

                Ten eerste zou terugdringen van onnodige bureaucratie pakweg 90 mrd. per jaar kunnen opleveren (zie het artikel van André), waarmee de armoede die je aanhaalt in een klap kan worden opgelost. Ten tweede zou bijvoorbeeld het vervangen van het huidige sociale zekerheidsbeleid door een basisinkomen alle werklozen e.d. in staat stellen om op waardige wijze deel te gaan nemen aan de samenleving. Ten derde zou het overheidsbeleid op alle punten beter worden: effectiever, goedkoper, rechtvaardiger en consistenter, waarmee het vertrouwen in de overheid of liever in het functioneren van de samenleving enorm zou toenemen. Zo kan ik nog wel even doorgaan (zie Partij voor Eenvoud voor meer).

                 

                Jij voelt je systeemvijandig. Ik voel met je mee, maar denk dat het de moeite waard is om te proberen het systeem van binnenuit te veranderen. Acties van buiten het systeem leveren in theorie misschien sneller resultaat, maar ik zie in westerse landen zoiets niet gauw op gang komen. Ook zie ik niet voor me wat voor acties dat zouden moeten zijn. Jij geeft ook geen concrete voorbeelden van dergelijke acties. Dus vooralsnog lijkt mij veranderen binnen het systeem toch beter: haalbaarder, concreter, kansrijker.

                 

                • Peter Schuttevaar
                  Peter Schuttevaar 1261 dagen geleden

                  Heren,

                  Ik heb deze "nota" met genoegen gelezen. In mijn analyse leg ik andere accenten. Die gaat als volgt:

                  In de twee decennia direct na de tweede wereldoorlog trad er een nivellering op. In historisch perspectief gezien was het een periode van een opmerkelijke economische gelijkheid tussen mensen. Deze gelijkheid nodigde tot een gezamenlijkheid in het aanpakken van de problemen der samenleving. En dat is ook gebeurd.

                  Sinds de jaren 70 zijn de regulerende maatregelen die deze economische gelijkheid in stand hielden in stappen afgebouwd. Het effect is dat we in een samenleving terecht komen waarin steeds minder mensen steeds meer politieke invloed aan zich trekken. Voor steeds meer burgers verdwijnt langzaam maar zeker de prikkel tot participatie. Men ziet de eigen bijdragen niet meer in het collectief opgaan maar in de zakken van allerlei partijen die op de achtergrond spekkoper zijn. Diverse onderzoeken, zoals van Wilson en Picket, tonen aan wat de vergaande maatschappelijke gevolgen zijn van deze trend. Toename van criminaliteit, radicalisering, psychische problemen, gezondheidsproblemen, obesitas, en nog veel meer.

                  Veel van de zaken die in de nota genoemd worden zijn er dan ook secundair aan. Complexiteit van regelgeving creëert een gunstige voedingsbodem voor het vergroten van economische ongelijkheid. Zo'n complexe regelgeving is namelijk veel makkelijker naar je hand te zetten en is bovendien ook ontoegankelijk voor wie geen batterij aan experts kan inschakelen. De maar al te vaak onzinnige en simplistische argumenten tegen een basisinkomen worden, bij wijze van voorbeeld, vooral heel serieus genomen omdat ze door partijen worden uitgedragen die een vrijwel onbeperkte toegang tot de media hebben. Hun repetitief verschijnen werkt door in de hoofden en de harten van de mensen. Het is een kwestie van geld en macht. En macht kun je niet via een omweg benaderen. Die moet je, als een stier, bij de horens vatten. (Ik heb nu het gevoel dat daar in de nota omheen gelopen wordt.)

                  De macht in onze samenleving is langzaam maar zeker aan het verschuiven naar een steeds kleiner worden groep van experts, uitvoerders en politici. De overheid dient daardoor steeds minder het algemeen belang en steeds meer het bijzondere belang van diverse bevoorrechte groepen. De overheid zelf is hierin maar al te vaak naïef en negeert voor de hand liggende algemeen dienende oplossingen ten faveure van vreemde constructies die particuliere belangen dienen. Meestal zonder het zelf te beseffen. Men buigt gewoon wat mee met de krachten der samenleving. Men doorziet de stucturen en achtergronden niet.

                  In dat laatste element schuilt hoop. Voor overheden is het doorgaans geen strategie om de bijzondere burger te dienen in plaats van de gemiddelde burger. Ambtenaren zijn er niet op uit om via schimmige aanbestedingsconstructies de kleine ondernemer te benadelen. De lijst van overwegend goedbedoelde, maar desondanks verkeerd uitpakkende overheidshandelen kan eindeloos aangevuld worden. Bij het ministerie van EZ vind men het bijvoorbeeld heel normaal dat je alleen als afdelingshoofd wordt aangesteld als je enkele bobo's uit het bedrijfsleven persoonlijk kent. Ik vind dat van een onthutsende naïviteit, maar voor de betreffende recruiters is dat gewoon een kwestie van "de juist man op de juiste plek krijgen". En ja, zo'n man moet dan natuurlijk wel soepel met die bobo's kunnen overleggen. Het is dus in hoge mate een zaak van bewustwording en competentie.

                  Initiatieven die de ontwikkeling daarvan tot doel hebben steun ik dan ook van harte. Een programma van het NPI met een dergelijke strekking zou dan gericht moeten zijn op het identificeren en ontwikkelen van precies die competenties die er voor zorgen dat overheidsdienaren weerbaarder worden tegen kaping door deelbelangen.

                  Die rode draad zie ik te weinig in het stuk terug. Het ontbeert daardoor aan kracht en daarmee ook aan de nodige aanknopingspunten tot concretisering. Want de waaier aan activiteiten die nu wordt voorgesteld is naar mijn gevoel te breed. Zo kunnen we moeilijk een vuist maken. Nu is een vuist maken natuurlijk iets anders dan de vinger die de schrijvers uit de dijk willen halen, zodat die als het ware vanzelf, door accumulatie van goedbedoelde initiatieven, gaat doorbreken. Maar in zo'n strategie zie ik eenzelfde soort van naïviteit als die welke we eigenlijk aan moeten pakken. Je kan geen mastodont omver trekken door er telkens voorzichtig tegen te duwen.

                  Groeten van Peter Schuttevaar

                  • Harrie Custers
                    Harrie Custers 1262 dagen geleden

                    Ja Geert-Jan, die verantwoordelijkheid wil ik nemen.

                    De autoriteit en dus ook de verantwoordelijkheid is in mijzelf. Dit in het volle besef in verbinding te staan met mijn omgeving en daar dus ook van afhankelijk te zijn en daar dan ook mede vorm aan te kunnen geven. Autor, creator. Wij zijn allen scheppers. Wat nu is hebben wij geschapen met zijn allen. Dat kunnen we dus ook herscheppen. En dat begint bij mijzelf.

                    In jouw tekst zou ik maatschappij vervangen willen zien door samenleving. In een samenleving heb je geen Boven- en onderdanen, geen bestuurders en bestuurden, geen regulatoren en gereguleerden, geen meesters en slaven.

                    Ik ben ooit gestopt met te geloven in Sinterklaas. Dat was aanvankelijk spannend. Daarna bleek het leven gewoon door te gaan. Ik ben gestopt te geloven in religie/kerk. Dat leek mij aanvankelijk onmogelijk. Daarna bleek het leven gewoon door te gaan. Ik ben gestopt met te geloven in de zegen van hierarchie. Dat was heeeel erg spannend. Daarna bleek het leven gewoon door te gaan. Ik ben gestopt met te geloven dat de staat in ieders belang is en een overheid in ieders belang handelt. Dat was slikken. 30 jaar van werken en ook opoffering naar de klote?? Ik ben gestopt met te geloven in autoriteit. Het leven gaat gewoon door.

                    Onderwijl is er in de wereld rondom mij heen heel veel veranderd. Pas wanneer de mensen hun geloof in sprookjes durven los te laten, hun geloof in autoriteit buiten henzelf, pas dan gaan we als mensen echt samenleven. Aan die bewustwording wil ik de rest van mijn leven mijn steentjes bijdragen.

                    Een boom plant je uit respect en liefde voor komende generaties. Die kunnen de vruchten er van plukken. Ik ga hennep zaaien tijdens mijn reizen. Burgerlijke ongehoorzaamheid in het belang van de mensen en de menselijkheid. Wat anderen doen is hun keuze.

                    Die aanvulling van @andre steun ik.

                    • Geert-Jan van der Wolf
                      Geert-Jan van der Wolf 1262 dagen geleden

                      @Peter, @Tom, een mooie aanzet tot een strategie voor het NPI. Het inspireert me. Ik heb fundamentele aandachtspunten.

                      Ik deel de opmerking van André om de mogelijke activiteiten van het NPI te categoriseren. Ik denk dat veel activiteiten fundamentele doordenking vragen.

                      Wat ik op het moment een moeilijkheid vind, is dat een deel van de discussie, standpuntenuitwisseling is gebeurd in een mailwisseling. Op zich mooi. Intrigerend, inspirerend, uitdagend en boeiend wat mij betreft. Daarnaast ook moeilijk te volgen. Ik wil mijn reactie hier in de site vormgeven. Daarnaast toch ingaan op dingen die in de mailwisseling zijn genoemd. Mogelijk wordt het daardoor een wat rommelige reactie. Daarvoor mijn excuus.

                      Waar ik met mijn reactie wil beginnen is het spelen met de woorden, begrippen Anarchisme en Mon(o)archisme. Daar ligt voor mij namelijk een zeer basale insteek. Zijn wij als mensen evenwaardig, luisterend naar één leider in onszelf of is het anders? Deze vraag wordt direct gevoed door mijn diep gevoelde verontwaardiging en intense verdriet. In onze maatschappij hebben wij het zo ingericht dat 2,3 miljoen (!) mensen onder de sociale armoede grens leven. Dat is bij 16,7 miljoen mensen elk van de zeven mensen  (1:7) die je op straat, in de winkels, waar dan ook tegenkomt leeft onder die grens. Misschien komen we veel van die mensen al geeneens meer tegen op straat en in de winkels: waar zouden ze het van moeten betalen.

                      Een fundamenteel punt wat in de strategie nota buiten beschouwing blijft, is dat wij als reeds op leeftijd zijnde groep, de opbouwers, uitvoerders van dit beleid en deze maatschappij zijn. Wij, zoals wij bij elkaar zitten, zijn verantwoordelijk voor wat nu bestaat. Het is geen vage, onbekende, onaanspreekbare, zich aan onze interactie onttrekkende groep: wij zijn de burgers die deze maatschappij sanctioneren, overeind houden, de onmenselijke uitwassen (in Nederland) laten bestaan, vaak onder de kreet "TINA" (There is no alternative). Het maakt mij boos en intens verdrietig. Want ook ik ben zeker dat die onmenselijkheid zomaar mijn directe (maatschappelijk) leven in kan komen. Wanneer dat systeemvijandigheid is, dan ben ik uitermate systeemvijandig. Ik wil namelijk in mijn maatschappij vanuit vrede, vrijheid en vreugde kunnen genieten van mijn welzijn, welvaart en welbevinden op elk moment van mijn dag. In de zekerheid dat ik het samen met de anderen zo geregeld heb voor iedereen.

                      Voor mij is duidelijk dat meer nodig is dan wat regels vereenvoudigen en versleten onderdeeltjes vervangen. Wij moeten met elkaar open, helder, echt en verbonden durven zijn en toegeven dat wij allen bij elkaar horen en van elkaar afhankelijk zijn. Dat betekent dat wij met elkaar durven benoemen dat wij nog nooit democratie in deze maatschappij hebben gekend. Wij accepteren nog steeds een oliegarchisch nepotistisch besturen van onze maatschappij. Dat democratisch noemen is geen verantwoordelijkheid durven dragen voor wat nu zich in deze maatschappij afspeelt. Toestaan en meewerken aan een maatschappij waarbij mensen onmenselijk en mensonwaardig worden behandeld op basis van regels en wetten, geeft aan hoe respectloos wij naar onszelf zijn, hoe weinig eigenwaarde en autoriteit we onszelf toekennen. Dat is hoe het complexe 'beleid' is ontstaan. Doordat de macht steeds wisselt en andere groepen zichzelf bevoordelen over de rug van anderen.  

                      Bovenstaande is hoe ik het geheel inschat, hoe ik de puntjes van lijntjes voorzie. Het is geen fijn beeld. Onmenselijkheid en mensonwaardigheid spelen een grote rol. Het systeem is geen door God of andere aliens in steen gehouwen constructie. Het is een manier van kijken, oordelen en handelen in de menselijke wereld van elke dag. Elke dag worden besluiten genomen en uitgevoerd die deze onmenselijkheid en mensonwaardigheid in stand houden. Door mensen die onze familie, onze gezinsleden, onze buren, onze vrienden kunnen zijn. Wanneer mensen het uitvoeren, kunnen mensen het ook laten. Het systeem is dus in essentie eenvoudig te veranderen.

                      Wat lastig is te veranderen, zijn de emoties of gevoelens die verbonden zijn aan onze gedachtenmodellen. Elk mens wordt met elke ademteug die hij/zij neemt, herinnert aan de fundamentele, onontkombare kwetsbare afhankelijkheid: geen lucht, zekere dood! Ga je in de vechthouding daarover of in de vluchthouding daarover? Of kun je zo sterk in jezelf zijn, dat je voluit durft te aanvaarden dat jij, elk van je dierbaren en alle anderen zo kwetsbaar en zo afhankelijk zijn? Zonder te vechten of te vluchten? Over deze innerlijke houding durven aannemen, uitdragen en waarmaken in ons leven, daar mag wat mij betreft de NPI strategie over gaan. Daar met elkaar aan werken, mag de activiteit zijn die wij met elkaar ontplooien. Daar mag het symposium over gaan. Vandaaruit benoemen wat nodig is om samen onze kwetsbaarheid in lucht, eten en intermenselijk contact voor elkaar werkbaar, draagbaar en hanteerbaar te maken. Durven gaan staan voor jezelf en elk ander als een kwetsbaar wezen dat de macht heeft om zichzelf en al het andere leven op deze planeet te vermoorden met ons gedrag of te koesteren en die koestering tot de essentie van het eigen menselijke leven te maken. Ik ben bij de NPI ingestapt om te kijken hoe wij als groep geïnteresseerden en gepassioneerden kunnen bijdragen aan het omvormen van onze maatschappij. Met als doel van de omvorming een maatschappij die profijtelijk is voor al het leven op deze aarde. Profijtelijk op zo'n manier dat alles wat leeft vanuit vrede, vrijheid en vreugde kan genieten van het welzijn, de welvaart en het welbevinden dat wij met elkaar maken kan genieten elk moment van het leven.

                      Utopisch? Groots? Haalbaar? Allemaal! Wat mij betreft een kwestie van doen. Waarbij de eerste stap is: "Wat vind jij hier nu van?" Ik ben benieuwd naar je reactie.

                      • Reyer Brons
                        Reyer Brons 1268 dagen geleden


                        Een paar kanttekeningen bij het stuk van Peter en Tom
                         
                        ​1.
                        Op blad 3, net boven het kopje Visie op politiek innovatie en missie van het NPI, w​wordt zonder uitleg geponeerd dat het heilzaam zou kunnen zijn om politiek en bestuur uit elkaar te houden. 
                        In eerste instantie voel ik daar in mee, maar bij tweede lezing vraag ik me toch af hoe dat zit. Hoe baken je politeik en bestuur van elkaar af?
                        Dit wordt des te intrigerender omdat aan het eind van de volgende paragraaf over (politieke in ovatie) vooral toegeschreven wordt naar vakmanschap van deze en gene, maar in de opsomming staan niet de politici!
                        De daarna volgende opsomming van elementen van een mogelijk NPI-programma zijn niet-exclusief, maar wel in grote mate gericht op dezelfde doelgroepen en dus maar in beperkte mate op politici.
                        Het is daarmee een voortzetting met wat tot nu toe in het NPI het meest de aandacht heeft gehad.
                        Willen we dat en is dat hetgene waar wij het reest competent voor zijn?
                         
                        2.
                        Zie onderaan deze reactie een schema met vier perspectieven op systeenverandering, door mij provisorisch aangevuld met elementen uit het programma
                        • eigen model bouwen (autonoom) - basisinkomen, boek Partij voor Eenvoud,
                        • afzetten tegen het systeem (activist) - ijzeren driehoek, verouderd en nutteloos beleid
                        • open samenwerking (coproducent)- lokale initiativen, samenwerken met anderen, cursussen
                        • hacken van het systeem (happy infiltrator)- ???
                        IK merk wel op dat wat ik rubriceer onder autonoom en activist wel erg braaf is!
                        Ook dat is (in elk geval tot nu toe) een impliciet keuze!

                         4persysteem.jpg

                        • André Nijsen
                          André Nijsen 1269 dagen geleden

                          Beste Peter en Tom,

                          Mijn complimenten voor deze prachtige strategienota. Ik heb deze met veel plezier gelezen. Chapeau!!!!!

                          De enige suggestie die ik heb betreft de opsomming van competenties. Die lijkt uit een greep uit een grabbelton. Ik stel voor dat jullie daar enige structuur in aanbrengen waardoor de lezer overzicht krijgt. Dat is nu niet het geval. Ik geef enkele categorieën als voorbeeld: kennisoverdracht (cursussen, congressen, publikaties), ontwikkelen van beleid(svoorstellen), actieve politieke participatie etc. 

                          Wellicht kunnen jullie hier wat mee.

                          Succes,

                          André

                           

                        Meer ...

                        Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers