• Blogs
  • Netwerk PI
  • Voorstel voor een onderzoekprogramma in hoofdlijnen m.b.t. de invoering van een basisinkomen

Voorstel voor een onderzoekprogramma in hoofdlijnen m.b.t. de invoering van een basisinkomen

Voorstel voor een onderzoekprogramma in hoofdlijnen m.b.t. de invoering van een basisinkomen

NPI-groep basisinkomen, Peter van Hoesel, versie 23-11-2016
Zie ook een geactualiseerde downloadbare PDF-versie van dit voorstel van 18-1-2017.

 

1. Doelstelling van het onderzoek

De discussie over een mogelijke invoering van een basisinkomen is over het algemeen oppervlakkig, weinig bevredigend en bovendien verwarrend. Er worden door voor- en tegenstanders stellingen betrokken die onvoldoende worden onderbouwd en er wordt maar zelden serieus ingegaan op elkaars standpunten.
Een behoorlijk uitgevoerd onderzoek naar de merites, de haalbaarheid en de nadelige effecten van een basisinkomen kan het debat over een basisinkomen op een hoger niveau brengen. Met de resultaten van het onderzoek kunnen de politieke partijen en de maatschappelijke organisaties hun denken over het basisinkomen aanscherpen en mogelijk doen besluiten om er serieus op in te gaan
Alle politieke partijen zien diverse mankementen in het bestaande sociaaleconomische beleid. De vraag in hoeverre die mankementen via een basisinkomen kunnen worden bestreden moet elke partij aanspreken, maar dat kan alleen als er op een zinnige manier over kan worden gedebatteerd.
Daar komt bij dat het een nogal complex onderwerp is, want een basisinkomen is niet louter een andere manier om uitkeringen te verstrekken, het raakt de samenleving op vele essentiële punten. Pas als je daar een goed inzicht in krijgt wordt het mogelijk om na te gaan hoe het basisinkomen past in de onderliggende kernwaarden van de diverse partijprogramma’s.
Het is niet de bedoeling dat dit voorstel leidt tot uitstel van allerlei lopende discussies en acties m.b.t. het basisinkomen, maar wel dat het t.z.t. leidt tot een beter fundament voor zulke discussies en acties.

 

2. Vorm van het onderzoek

Het zou moeten gaan om een vorm van een brede maatschappelijke kosten/baten analyse. Daarmee wordt onder meer bedoeld dat het geen louter economische analyse moet zijn, maar ook geen analyse die makkelijk over de economische gevolgen heen stapt. Een ander belangrijk punt is dat een dergelijke analyse de burger als uitgangspunt neemt en niet het beleidssysteem.
Een onderzoek over een dergelijk complex onderwerp kan het beste worden verdeeld over een serie projecten in plaats van dat alle aspecten van de probleemstelling in één groot onderzoek worden meegenomen. We spreken dan over een onderzoekprogramma.
Voor de uitvoering van dit programma staan diverse onderzoekinstituten ter beschikking (planbureaus, universiteiten, beleidsonderzoekbureaus) die zouden kunnen werken onder regie van een centrale instantie (bv. de WRR). Voor de begeleiding zou de overheid een stuurgroep kunnen samenstellen die als opdrachtgever functioneert, bestaande uit vertegenwoordigers vanuit de samenleving, de overheid en de wetenschap.

 

3. Probleemstelling

De hoofdprobleemstelling van het onderzoekprogramma luidt: wat zijn de merites, kosten, en nadelige effecten van invoering van een basisinkomen?

Elke hoofdvraag die hieronder wordt gesteld kan worden beschouwd als de probleemstelling van een van de projecten van het programma. Elk van deze hoofdvragen is voorts uitgewerkt tot een (beperkt) aantal deelvragen.

3.1. Project ‘Bestaande kennis’

Welke kennis is voorhanden op het gebied van het basisinkomen?

  • Welke vormen van basisinkomen worden onderscheiden?
  • Welke mogelijke voor- en nadelen komen naar voren uit de wetenschappelijke literatuur?
  • Welk empirisch onderzoek is voorhanden en wat zijn daarvan de resultaten?
  • Over welke aspecten van het basisinkomen bestaat de nodige overeenstemming en over welke aspecten komen uiteenlopende opvattingen naar voren?

3.2. Project ‘Veronderstellingen’

Welke veronderstellingen zijn er m.b.t. het basisinkomen en hoe kunnen die worden onderbouwd?

  • Wat zijn de veronderstellingen van voorstanders en van tegenstanders?
  • Welke kennis (wetenschappelijk en uit de praktijk) biedt steun aan deze veronderstellingen en welke kennis gaat er juist tegenin?
  • Welke verklaringen kunnen worden gegeven voor verschillende standpunten van voor- en tegenstanders?
  • Welk nader onderzoek kan helpen om die verschillen te overbruggen?

3.3. Project ‘Maatschappelijke doelen’

Welke maatschappelijke doelen kunnen worden bereikt met het basisinkomen?

  • Wat kan het basisinkomen betekenen voor de arbeidsmarkt en de economie?
  • Wat kan het basisinkomen betekenen voor de bestaanszekerheid?
  • Wat kan het basisinkomen betekenen voor het welzijn?
  • Wat kan het basisinkomen betekenen voor regeldrukvermindering?
  • Wat kan het basisinkomen betekenen voor het milieu?
  • Wat kan het basisinkomen betekenen voor het functioneren van de democratie?
  • Wat mogelijk nog meer?

3.4. Project ‘Aanpalend beleid’

Welk aanpalend beleid is noodzakelijk of wenselijk om invoering van het basisinkomen te faciliteren?

  • Wat zijn mogelijke verbindingen met het belastingstelsel en met het pensioensysteem?
  • Wat zijn mogelijke verbindingen met inhoudelijke domeinen zoals onderwijs, zorg, voeding en huisvesting?
  • Wat zijn mogelijke verbindingen met facetten zoals veiligheid, duurzaamheid, emancipatie, immigratie?
  • Welke afstemming met de Europese regelgeving is nodig?

3.5. Project ‘Financiering’

Welke financiële bronnen kunnen mogelijk worden aangesproken om het basisinkomen mogelijk te maken?

  • Welke kosten brengt een basisinkomen met zich mee?
  • In welke mate kan het basisinkomen worden verrekend het inkomen uit arbeid en vermogen?
  • Wat zijn de mogelijke besparingen op de huidige sociale zekerheid?
  • Wat zijn de mogelijke besparingen wegens regeldrukvermindering en van het afschaffen van obsoleet beleid?
  • Wat zijn de mogelijke besparingen op aanpalende terreinen?
  • Wat zijn de mogelijke opbrengsten voor de economie?
  • Wat zouden vormen van maatschappelijke dienstplicht kunnen opleveren?

3.6. Project ‘Rekenmodel’

Welk rekenmodel kan worden ontwikkeld waarmee de belangrijkste gevolgen van het basisinkomen kunnen worden doorgerekend?

  • Hoe kan het rekenmodel zo worden ingericht dat alle belangrijke afhankelijke en onafhankelijke variabelen er een plaats in kunnen krijgen?
  • Hoe kan het rekenmodel zo worden ingericht dat het ook uit de voeten kan met maatschappelijke baten die moeilijk in geld uit te drukken zijn?
  • Hoe kan het rekenmodel zo worden ingericht, dat er kan worden gerekend met uiteenlopende veronderstellingen?
  • Hoe kan het rekenmodel zo worden ingericht, dat er diverse varianten kunnen worden doorgerekend?

3.7. Project ‘Scenario’s’

Wat zijn de uitkomsten van diverse scenario’s uitgaande van uiteenlopende opvattingen over het basisinkomen en over andere relevante beleidsdomeinen?

  • Welke scenario’s zijn relevant voor politieke partijen en maatschappelijke organisaties?
  • Welke varianten zouden zij doorgerekend willen zien?
  • Welke scenario’s leveren veelbelovende uitkomsten?
  • Welke scenario’s lijken in politiek en maatschappelijk opzicht haalbaar?
  • Hoe kan worden teruggekomen op eenmaal ingevoerde veranderingen, wanneer deze onverhoopt slecht uitpakken?

3.8. Project ‘Uitvoering’

Op welke wijze en door welke instantie(s) kan het verstrekken van een basisinkomen het beste worden uitgevoerd?

  • Welke uitvoeringsorganisaties zijn denkbaar en welke voor- en nadelen brengen zij met zich mee?
  • Is het wenselijk om meerdere organisaties hierbij in te schakelen en hoe wordt dan geborgd dat het basisinkomen door deze organisaties op gelijke wijze wordt behandeld?
  • Op welke manier (bv. pilots, simulaties) kan de uitvoerbaarheid het beste worden getest?
  • Welke mogelijke knelpunten dienen tevoren te worden opgelost?
  • Welke mogelijkheden zijn er om het basisinkomen gefaseerd in te voeren?
  • Welke mogelijkheden zijn er om het basisinkomen regionaal in te voeren?
  • Welke experimenten zijn denkbaar om de gevolgen van invoering van een basisinkomen nader aan de tand te voelen?
  • Op welke manier kan er via ex durante evaluaties desgewenst tijdig worden bijgestuurd?


4. 
Operationalisering

4.1. Project ‘Bestaande kennis’

Dit project bestaat in belangrijke mate uit literatuurstudie, waarbij het van belang is om een selectie te maken van serieus te nemen literatuur (wetenschappelijke publicaties, goed onderbouwde opvattingen van allerlei experts, beleidsnota’s in landen/regio’s waar men een stapje verder is, e.d.).
Belangrijke aspecten die dienen te worden bestudeerd zijn:

  • onderscheid tussen diverse mogelijke vormen van een basisinkomen, zoals het onvoorwaardelijke basisinkomen, negatieve inkomstenbelasting, basisinkomen voor bepaalde doelgroepen, uitkeringen verstrekken in de vorm van een basisinkomen
  • afbakeningen en criteria, bijvoorbeeld bij het onvoorwaardelijke basisinkomen moet toch worden gekeken naar zaken als: individueel of per huishouden, vanaf welke leeftijdsgrens, zijn er overgangsregels nodig voor bijvoorbeeld immigranten, de hoogte van het basisinkomen etc.
  • gevolgen van de invoering van het basisinkomen voor de samenleving als geheel en voor de economie in het bijzonder, voor diverse beleidsterreinen, voor de nationale rekening e.d.
  • mate van onderbouwing van de veronderstelde voor- en nadelen : vanuit de theorie, vanuit de empirie, vanuit het maatschappelijk draagvlak, consistentie van de argumentatie, verklaringen voor uiteenlopende standpunten.

Enkele bekende auteurs op dit gebied zijn: Philippe van Parijs, Guy Standing, Yannick Vanderborght, Karl Widerquist, Jurgen de Wispelaere. Het gaat hierbij om wetenschappers die mogen worden beschouwd als voorstanders, dus het is zaak om ook te zoeken naar auteurs die als tegenstanders kunnen worden beschouwd. Bekende tegenstanders onder wetenschappers hebben hierover, voor zover bekend, geen wetenschappelijke publicaties uitgebracht.
Tenslotte kan worden gedacht aan het bij elkaar roepen van een aantal gezaghebbende experts om tot een oordeel te komen over de validiteit en de bruikbaarheid van de bestaande kennis op dit gebied.

4.2. Project ‘Veronderstellingen’

Deels kunnen de diverse veronderstellingen van voor- en tegenstanders uit het voorgaande project naar voren komen, maar aangezien de meeste veronderstellingen impliciet blijven kan hier niet mee worden volstaan.

Een serie diepte-interviews met voor- en tegenstanders kan een goede vorm zijn om achter alle relevante veronderstellingen te komen. Op basis daarvan zou een Delphi-onderzoek kunnen worden uitgevoerd om na te gaan in welke mate er consensus te vinden is en in welke mate er hardnekkige verschillen in opvatting bestaan.
Vervolgens kan een nadere toetsing aan de hand van wetenschappelijke literatuur verdere aanwijzingen geven over de houdbaarheid van de diverse veronderstellingen dan wel over de condities waaronder de veronderstellingen wel of niet houdbaar blijken.
Om een idee te geven over het soort veronderstellingen waaraan kan worden gedacht volgen hier enkele voorbeelden:

  • als mensen niet bang meer zijn om hun uitkering te verliezen, zullen ze zich actiever gaan gedragen op de arbeidsmarkt
  • na invoering van een basisinkomen zullen veel mensen zich niet meer beschikbaar stellen op de arbeidsmarkt
  • een basisinkomen kan alleen worden gefinancierd via forse belastingverhogingen, waarmee de economie grote schade wordt toegebracht
  • een basisinkomen bevordert het welzijn van mensen, met gunstige gevolgen op het gebied van: gezondheid, criminaliteit, productiviteit, balans tussen werk en privé, milieu e.d.

Wellicht kan dit project worden afgesloten met een conferentie die gericht is op het trekken van een aantal conclusies op basis van het voorgaande.

4.3. Project ‘Maatschappelijke doelen’

Dit project zou kunnen worden uitgevoerd in de vorm van een zg. kwalitatieve simulatie (waarbij dus geen modelberekeningen worden gebruikt).
Dat zou kunnen worden gedaan door op elk van de in de vraagstelling genoemde maatschappelijke gebieden een aantal simulatiesessies te organiseren. Per gebied worden hiertoe deskundigen vanuit beleid, praktijk en wetenschap uitgenodigd. Door meerdere sessies per gebied te organiseren kan worden nagegaan in welke mate dit tot eensluidende resultaten leidt.
Het spreekt vanzelf dat de verkregen kennis uit voorgaande projecten kan worden benut voor het protocol van de simulatiesessies.

4.4. Project ‘Aanpalend beleid’

Een positieve werking van het basisinkomen kan worden verbeterd via een goede afstemming met aanpalende beleidsterreinen.
Per aanpalend gebied dient te worden nagegaan welke beleidsaanpassingen daartoe wenselijk zouden zijn.
Eigenlijk is dit project min of meer een verlengstuk van het voorgaande project, maar nu wordt er vanuit het perspectief van het beleid op de diverse aanpalende gebieden bekeken welke aanpassingen noodzakelijk of wenselijk zouden zijn voor een optimale uitwerking op de samenleving.
Ook hiertoe kan de methode van kwalitatieve simulatie uitkomst bieden (de kwantitatieve simulatie komt in de hiernavolgende projecten aan bod).

4.5. Project ‘Financiering’

Om te beginnen dient er te worden berekend wat de kosten zouden zijn van diverse varianten van het basisinkomen.
Vervolgens gaat om een zoektocht naar mogelijke bronnen voor de dekking van deze kosten. Het gaat hierbij om het maken van een zo uitgebreid mogelijke groslijst aan mogelijke financiële bronnen waarmee de kosten kunnen worden gedekt, met inbegrip van (een variatie aan) schattingen van de mogelijke opbrengsten per bron, het laatste mede op basis van voorgaande projecten.
Dit komt neer op een rekenexercitie per financiële bron, waarbij kennis van de nationale rekening nodig is. 
De hieruit resulterende range van uitkomsten geeft ongeveer de grenzen aan waarbinnen de kosten van het basisinkomen kunnen worden gedekt.
Het spreekt vanzelf dat zowel optimistische als pessimistische ramingen hierin een plaats moeten kunnen krijgen.
Een groep van financiële deskundigen geeft tenslotte een beoordeling van de waarde van de uitkomsten, inclusief voorbehouden en nader te vervullen voorwaarden om bepaalde uitkomsten te kunnen bereiken.

4.6. Project ‘Rekenmodel’

Hierbij gaat het om de ontwikkeling van een rekenmodel (dan wel meerdere modellen) waarin alle kernvariabelen m.b.t. de invoering van het basisinkomen zijn opgenomen, zodanig dat daarmee allerlei scenario’s kunnen worden doorgerekend (zie volgend project).
De ontwikkeling van dergelijke modellen is werk voor econometristen (zoals op het CPB). Het is echter aan te bevelen ook andere gammawetenschappelijke disciplines hierbij te betrekken om ervoor te zorgen dat diverse lastig te kwantificeren aspecten zo adequaat mogelijk worden meegenomen en dat er voldoende ruimte komt in het model om allerlei uiteenlopende veronderstellingen door te rekenen (in de bestaande CPB-modellen zit een aantal vaste veronderstellingen die serieuze beperkingen opleggen aan de uitkomsten).
Een belangrijk onderdeel van het model zou moeten zijn om naast een macrobeeld ook een vertaling te hebben naar het microniveau. Daarbij kan het beste worden gewerkt met een aantal ‘modelburgers’, d.w.z. dat er voor allerlei groepen in de samenleving een gemiddelde uitkomst kan worden berekend (plus een aanduiding van de spreiding binnen elke groep).
Het spreekt vanzelf dat het model diverse malen moet worden getoetst en verbeterd alvorens het in het volgende project wordt toegepast.

4.7. Project ‘Scenario’s’

Met behulp van het in voorgaand project ontwikkelde model worden vervolgens alle door politieke partijen en maatschappelijke organisaties (en desgewenst ook diverse deskundigen) ingediende voorstellen doorgerekend, met als uitkomst een groot aantal scenario’s. Het ligt voor de hand om deze berekeningen door dezelfde onderzoekers te laten uitvoeren als degenen die het model hebben ontwikkeld.
Door de verschillende uitkomsten met elkaar te vergelijken kan worden nagegaan welke overeenkomsten er zijn die als basis kunnen dienen voor verdere stappen en welke verschillen in elk geval nadere aandacht verdienen om die verdere stappen ook zinvol te kunnen zetten.
Een belangrijk aspect hierbij is de mogelijke onherroepelijkheid van ingezette veranderingen. Juist omdat het basisinkomen een nogal ingrijpende verandering is, is het van groot belang na te gaan hoe ongewenste effecten kunnen worden teruggedraaid dan wel hoe het basisinkomen zelf kan worden teruggedraaid als zou blijken dat het totaal verkeerd uitpakt.
Tenslotte zou kunnen worden overwogen om een en ander te laten uitmonden in enkele conferenties waarop voor zover mogelijk conclusies worden getrokken.

4.8. Project ‘Uitvoering’

Het kan veel uitmaken hoe en door wie de uitvoering wordt geregeld. Afhankelijk van de uitkomsten van voorgaand project kan worden bekeken bij welke instanties dit het beste kan worden belegd.
Een simulatiestudie (zowel kwalitatief als kwantitatief) kan hiervoor de nodige hulp bieden. Een of meer pilots bij de in aanmerking komende instanties kunnen vervolgens laten zien hoe het daadwerkelijk zou kunnen verlopen en welke knelpunten zich kunnen voordoen.Voorts kan worden nagegaan hoe veldexperimenten kunnen bijdragen aan een goede invoering, en vervolgens hoe er kan worden bijgestuurd tijdens het implementatieproces.
In dit project kan tevens aan de orde komen of een gefaseerde invoering gewenst is en hoe dat het beste vorm kan worden gegeven, uiteraard mede op basis van de uitkomsten van de voorgaande projecten.
Tenslotte dient dit project aanwijzingen te geven voor de monitoring van de uitvoering, zodat er continu mogelijkheden zijn voor ex durante evaluaties waarmee het beleid kan worden geoptimaliseerd dan wel waar nodig worden teruggedraaid.

 

5.  Planning en begroting

Rekening moet worden gehouden met een totale looptijd van enkele jaren en een budget van ettelijke miljoenen euro’s. Het zou mooi zijn als in het volgende regeerakkoord wordt opgenomen dat dit programma in de kabinetsperiode 2017-2021 wordt uitgevoerd, liefst zodanig dat er ook al een of meer parlementaire debatten aan kunnen worden gewijd.

 

Reacties

Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
    • Hans van Meggelen
      Hans van Meggelen 61 dagen geleden

       Omdat ik op 6 juni as mijn basisinkomen ga ontvangen wil ik dat op een leuke en leerzame manier vieren in mijn Amerikaanse schoolbus. Ik organiseer daarvoor onder het genot van een hapje en drankje een klein debat over het basisinkomen. De vraag die ik daar wil stellen is;  Als wij het woord basisinkomen vervangen door basisbehoeften zou daar dan meer draagkracht door ontstaan?   

      • Netwerk PI
        Netwerk PI 549 dagen geleden
        • Netwerk PI
          Netwerk PI 581 dagen geleden

          Zie hier de hele tekst van de resolutie van Nele Lijnen.

          Aan het slot staan twee voorstellen:

          1. de financiële en structurele impact van de invoering van het universeel, onvoorwaardelijk en individueel basisinkomen in België te laten onderzoeken door het Federaal Planbureau; 
          2. Europees niveau te ijveren voor een waardevol experiment rond het basisinkomen.

          Nele Lijnen wil het NPI-voorstel invlechten in haar eerste voorstel.

          • Netwerk PI
            Netwerk PI 584 dagen geleden

            Het voorstel is op 12-12-2016 in het Belgische parlement door Nele Lijnen genoemd als voorbeeld voor een vergelijkbaar onderzoek in België: Lijnen (Open Vld) pleit voor parlementair debat over basisinkomen.

            Er zijn inmiddels contacten gelegd tussen het NPI en de Vld.

          Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers