• Blogs
  • Netwerk PI
  • Beetje ruimte voor echte experimenten bij Binnenlandse zaken

Beetje ruimte voor echte experimenten bij Binnenlandse zaken

    Netwerk PI
    • Iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Netwerk PI 591 dagen geleden
    Beetje ruimte voor echte experimenten bij Binnenlandse zaken

    GESPREK REGIEGROEP NPI MET BZK dd. 06-02-17

    Als vervolg van onze correspondentie met de minister-president ( (zie brief van 7-11-2016 met bijlage regime experimenten en bijlage experiment dienstverlening) , kwam een contact met BZK tot stand. Dat leidde tot een uitnodiging te komen praten met Mw. Hordijk, afdelingshoofd bij de Directie Bestuur en Financiën en een beleidsmedewerkster, Mw Hermus.

    Van het NPI waren Peter van Hoesel, Reyer Brons en Tom van Doormaal aanwezig. De MP meende dat ons onderwerp de Experimentenwet was, dus vond een contact met BZK op zijn plaats. Ons idee was ruimer dan dat, maar wij gingen op de uitnodiging in.

    De afdeling van Mw. Hordijk heeft een ruime taakstelling: de vernieuwing van de instrumentatie van het openbaar bestuur. Daar valt de renovatie van het “Huis van Thorbecke” wel onder, maar ook de Experimentenwet en de lopende vernieuwingsinitiatieven in het lokaal bestuur.

    We waren het vrij behoorlijk eens over de kritische punten:

    • De twee experimenten van de experimentenwet waren niet echt een doorslaand succes te noemen, al zijn er ook experimenten buiten de wet om op gang gebracht.

    • De experimenten van SZW met de bijstandswet worden sterk beperkt door de, op zich begrijpelijke, maar te strikte toetsing aan bestaande regelgeving.

    • Typerend: het plannetje van Terneuzen om een soort basisinkomen uit te keren aan twintig mensen in de bijstand, wordt als “lokale inkomenspolitiek” af geserveerd. De gewenste vernieuwingsdynamiek blijft daardoor uit.

    Hoe moet het dan wel en welke visie hadden wij daar over?

    Het NPI vond allereerst dat de confrontatie met bestaande regels en wetgeving te streng en te problematisch is. In de richtlijnen voor regelgeving van de RvS staat in richtlijn 10 a en b eigenlijk volgens ons: “houd experimenten op afstand, want je krijgt er pijn van in je hoofd.”

    Als je vernieuwing echt wilt, moet je een regime hebben waardoor dingen, minstens tijdelijk, mogelijk worden. Dat betekent dat departementale juristen ruimte moeten scheppen voor vernieuwers, waardoor een toeschietelijker klimaat groeit.

    Van onze gesprekspartners kwam de tegenwerping dat vaak ook de politiek gereserveerd en remmend is ten opzichte van afwijkingen van bestaande praktijk en regels.

    Ons weerwoord was:

    • Het is inderdaad nodig juridische en politiek ruimte te scheppen voor afwijkingen. Bij VROM was het experimenteerartikel in de regelingen een vondst van staatssecretaris Heerma, die simpelweg luidde: in het belang van de volkshuisvesting, kan ik afwijken van het hetgeen hiervoor is bepaald.

    • Het tweede aspect is dat experimenten die goed gaan ook ”massa” nodig hebben. Kleine en geïsoleerde successen leidden niet tot voldoende kennisoverdracht en prikkelen niet tot nieuwe en betere en eenvoudiger regelgeving. Daarvoor verzon Heerma een trechter, die in het tweede lid vorm kreeg: “ik doe die afwijking alleen na positief advies van de SEV.”

    • Een derde aspect is dat een experimentenregime wervend moet zijn wegens de goede motieven. Als de praktijk anders moet, heb je communicatie met de “werkvloer” nodig. Die werkvloer moet worden geprikkeld door een appèl op de professionele ambachtelijkheid: het moet leuk zijn de praktijk te verbeteren. De vergissing van het Innovatieplatform was dat het een alternatieve wijze was om aan budgetten te komen.

    • Een vierde aspect is de procesorganisatie: het zou kunnen helpen de “roerganger” voor het experimentenbeleid buiten het ministerie te plaatsen. Dan zou een organisatie (zoals b.v. SEV, Inaxis) zelf kunnen communiceren met de buitenwereld en de politiek. Een overtuigend verhaal over de procesorganisatie van beleidsvernieuwing schept een andere sfeer.

    • Een vijfde aspect: organiseer je dit binnen de beleidskokers? Het probleem van een Rijks brede aanpak is dat de omvang van de problemen bij realisatie sterk toeneemt. Het bezwaar van binnen de bestaande sectoren of kokers te blijven, is dat de samenhangen van beleid in de praktijk dan weer niet oplosbare problemen mee brengt. Een voorbeeld: zou het niet aardig zijn als de belastingdienst partner in beleidsvernieuwing zou kunnen zijn?

     Onze gesprekspartners voelden zich geïnspireerd en uitgedaagd. Konden en wilden wij verder meedenken? Wij vonden dat het NPI daartoe graag een bijdrage wilde leveren. In principe komt het departement er op terug.

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers