• Blogs
  • Netwerk PI
  • Reactie op Daniel Zamora over ‘Het basisinkomen: genese van een neoliberaal idee’

Reactie op Daniel Zamora over ‘Het basisinkomen: genese van een neoliberaal idee’

    Netwerk PI
    • Iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Netwerk PI 224 dagen geleden
    Reactie op Daniel Zamora over ‘Het basisinkomen: genese van een neoliberaal idee’

    Uit België komt vaak een stevig geluid uit de linkerhoek met als strekking dat basisinkomen een valkuil is waar de neoliberalen ons graag in willen laten trappen. Peter van Hoesel laat zien dat dit een eenzijdige en beperkte zienswijze is.

    In september 2017 verscheen een artikel van Daniel Zamora met als titel Het basisinkomen: genese van een neoliberaal idee in het Tijdschrift Lava.
    Het artikel is een bewerking van een hoofdstuk uit het boek van Alaluf Mateo en Daniel Zamora  Contre l’allocation universelle (ook downloadbaar als PDF via Academia).

    De strekking van het artikel is dat je moet oppassen met het basisinkomen omdat het eigenlijk uit de neoliberale hoek komt. De auteur ziet het basisinkomen niet als een mooie brug tussen de socialisten en liberalen, maar als een neoliberale list waarmee de verworvenheden van de sociale heilstaat kunnen worden aangepakt.
    Ik wil ingaan op de argumenten waarmee de auteur zijn betoog onderbouwt. Niet om te laten zien dat het allemaal onzin zou zijn, maar omdat het een tamelijk eenzijdige benadering is die niet recht doet aan de verdiensten die een basisinkomen kan hebben voor zowel socialisten als liberalen.

    Zamora betoogt dat voorstanders van het basisinkomen zich beroepen op Thomas More plus nog wat auteurs die eeuwen geleden al pleitten voor een basisinkomen en meer recent op ervaringen in sommige ontwikkelingslanden, maar dat dit totaal niet te vergelijken is met moderne verzorgingsstaten met al hun verworvenheden. In relatief primitieve landen kan een klein basisinkomen zegenrijk zijn, maar daar zitten we in ons soort landen niet op te wachten. Het geeft volgens hem dan ook geen pas zich daarop te beroepen.

    De auteur heeft wel een punt, maar volgens mij toont hij daarmee niet aan dat een modern beroep op een basisinkomen misplaatst zou zijn omdat dit vanwege bestaande sociale voorzieningen, cao’s e.d. onnodig zou zijn. Zo gaat hij voorbij aan allerlei artefacten en neveneffecten van het bestaande systeem, zoals diverse armoedevallen, regels die het vinden van werk belemmeren, dure onoverzichtelijke bureaucratie, vele gemiste kansen bij werkzoekenden en werkgevers om elkaar te treffen, tweedeling op de arbeidsmarkt. Zulke onwenselijke effecten kunnen met een basisinkomen worden vermeden.
    Het viel me trouwens op dat hij bij het bespreken van negatieve IB (hij noemt als voorbeeld het Canadese Mincome-project) totaal niet ingaat op het verschijnsel armoedeval, maar dit terzijde.

    Hij gaat ook voorbij aan de positieve bijdrage die het basisinkomen kan hebben aan:

    • het vermijden van hoge werkdruk,
    • terugdringen van overbodige arbeid en criminaliteit,
    • ruimte voor vrijwilligerswerk,
    • terugdringen ziekteverzuim,
    • meer werksatisfactie en hogere productiviteit,
    • levenslang leren,
    • een hoger niveau van welzijn.

    Als historische of geografische observatie klopt wat hij aanvoert wel, maar daarmee laat hij volgens mij alleen maar zien dat een basisinkomen in ontwikkelde landen niet vergelijkbaar kan zijn met een basisinkomen in weinig ontwikkelde landen.

    De auteur meent verder dat de roep om een basisinkomen de bijl legt aan de wortels van onze moderne verzorgingsstaat. Hij verdenkt voorstanders ervan niet alleen uit te zijn op het afschaffen van alle bestaande sociale zekerheid en van het arbeidsrecht, maar ook van het volledig privatiseren van collectieve diensten zoals onderwijs en zorg, waardoor dit onbetaalbaar wordt voor mensen met alleen een basisinkomen.
    Wat betreft de bestaande sociale zekerheid is wat mij betreft te hopen dat hij gelijk heeft, want dat systeem is werkelijk verschrikkelijk, vooral ook voor degenen die ervan afhankelijk zijn.
    Het is overigens wel zo, dat afschaffing van de bestaande sociale zekerheid alleen zou kunnen wanneer het basisinkomen hoog genoeg is. Op dat punt heeft de auteur natuurlijk gelijk. Een ministelsel zou voor de huidige uitkeringsgerechtigden negatief uitpakken.

    Wat betreft het arbeidsrecht kan hij ook wel gelijk hebben, maar daar zijn twee kanttekeningen bij te plaatsen. Werkgevers zullen juist bij laagbetaald werk hun best moeten doen mensen te interesseren voor het werk dat zij bieden, waardoor laagbetaalden er per saldo vermoedelijk op vooruit gaan. Verder zal er in de meeste sectoren nog steeds behoefte zijn om cao’s af te spreken, ook aan de kant van werkgevers, misschien juist wanneer cao’s niet langer verbindend worden verklaard.

    Wat betreft zijn verdenking m.b.t. de privatisering van onderwijs en zorg, schiet de auteur volgens mij zijn doel voorbij. Invoeren van een basisinkomen om dit vervolgens voor een belangrijk deel weer in te moeten leveren voor betaling van publieke diensten heeft op voorhand geen enkele zin en vergroot zelfs de inkomensongelijkheid, terwijl het basisinkomen onder meer bedoeld is om die ongelijkheid juist te verkleinen. Geen enkele voorstander bepleit zoiets, liberaal of niet.
    Je moet wel heel wantrouwend zijn om hier een complot te vermoeden. Maar zelfs als er zo’n complot zou bestaan bij een kleine groep neoliberalen is het wat mij betreft ondenkbaar dat zoiets erdoor zou komen. De overgrote meerderheid van de samenleving zou dat niet pikken.
    Financiering van het basisinkomen is trouwens goed mogelijk zonder bezuinigingen op essentiële voorzieningen als onderwijs en zorg. Er is daarnaast heel wat overheidsbeleid waarop juist prima bezuinigd kan worden, zoals overbodige bureaucratie (bv. bij politie, zorg, gemeenten), subsidies voor het bedrijfsleven, veiligheidsbeleid (bv. via legalisering softdrugs), en natuurlijk de huidige sociale zekerheid.

    Het lijkt erop dat de auteur niet graag afscheid neemt van het bestaande systeem van sociale zekerheid in ontwikkelde landen, net als trouwens de meeste politieke partijen in Nederland. Alleen de Partij voor de Dieren en Groen Links tonen de enige durf op dit gebied, zij zijn dan ook de meest uitgesproken voorstanders van een basisinkomen. Kijkend naar deze twee partijen kun je in Nederland moeilijk spreken van een neoliberaal complot.

    De auteur betoogt voorts dat het basisinkomen misschien goed is voor het bieden van gelijke kansen, maar dat het geen effect heeft op de steeds grotere verschillen tussen arm en rijk. Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar hij is wellicht bang dat het basisinkomen al gauw zal verdwijnen in de zakken van de rijken.
    Dit is zeker een aandachtspunt. Alleen al prijsverhogingen in supermarkten kunnen ervoor zorgen dat het basisinkomen geleidelijk aan weer verdampt, terwijl de betreffende aandeelhouders dit geld vervolgens binnen kunnen harken. Het is dan ook zaak het basisinkomen zo vorm te geven dat prijsinflatie zoveel mogelijk wordt bestreden. Het basisinkomen dient te functioneren als harde ondergrens van de inkomensverdeling. Daarmee is er vooral aan de onderkant sprake van de nodige nivellering, terwijl tevens wordt voorkomen dat het basisinkomen zal ontaarden in enigerlei denivellering aan de bovenkant.

    Het basisinkomen moet overigens niet worden beschouwd als het belangrijkste instrument waarmee de inkomensverdeling minder scheef wordt gemaakt. Daarvoor zal je diverse andere maatregelen moeten nemen, zoals afschaffen van speculatieve handel, inkomen uit vermogen even hoog belasten als inkomen uit arbeid, aanpakken van belastingontwijking e.d.
    Ook mag het basinkomen niet worden beschouwd als een panacee voor alle maatschappelijke problemen in ontwikkelde landen. Aan de andere kant moeten de gunstige effecten van het basisinkomen ook weer niet worden onderschat. Per saldo kan het basisinkomen op diverse gebieden een positieve bijdrage leveren, mits er wordt gezorgd voor een goede afstemming met alle relevante beleidsdomeinen.

    Tenslotte pleit de auteur in meerdere passages voor het overeind houden van de collectieve sector en het terugdringen van de marktsector. Hij vreest dat het basisinkomen een glijbaan betekent in omgekeerde richting. Het is mij niet duidelijk geworden waarop hij dat baseert, anders dan zijn angst voor eerdergenoemd complot van neoliberalen.

    Volgens mij betekent een basisinkomen in de eerste plaats juist het versterken van de collectieve sector, omdat de staat dit linksom of rechtsom zal moeten financieren. Het betekent hopelijk ook dat de markt er beter door gaat functioneren, bijvoorbeeld via productiviteitsverbetering. En het zou mooi zijn als ook de collectieve sector er beter door gaat functioneren, bijvoorbeeld via vermindering van de bureaucratie.
    Er wordt aldus een nieuw evenwicht mogelijk gemaakt tussen markt en overheid, waarbij het basisinkomen voor beide sectoren als platform functioneert.

    Peter van Hoesel, maart 2018

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers