een manisch akkoord

    Peter Schuttevaar
    • Iedereen (publiek zichtbaar)
    Door Peter Schuttevaar 2350 dagen geleden
    een manisch akkoord

    In april 2012 creëerde de tweede kamer een politiek novum. Binnen twee dagen werd door vijf lukraak bijeengeraapte politieke partijen een begroting op hoofdlijnen afgestempeld terwijl een coalitie van slechts drie partijen in de zeven weken daarvoor niks klaar kreeg. In dit artikel wil ik deze opmerkelijke gebeurtenis als groepsdynamiek bezien. Ik wil het als een samenwerkingsverschijnsel beschouwen. Daartoe wil ik de samenwerking van voor de val van het kabinet vergelijken met die erna. Ik zal dat doen met behulp van het afwegingskader van “De Aggregatiemens” dat ik recent in boekvorm heb uitgebracht. Het tweede werkingsprincipe van die Aggregatiemens zal ik als provisorische meetlat gebruiken, waarlangs ik beide situaties de maat neem.

    Volgens dat tweede werkingsprincipe kunnen groepen zich manisch gedragen als ze hun aandacht te eenzijdig richten. Je hebt groepen die ineens een luchtkasteel gebouwd hebben als je even de andere kant op kijkt. Zulke groepen richten hun aandacht eenzijdig op concepten. Er zijn ook groepen die in kort tijdbestek een zeer gedetailleerde begroting optuigen. Zulke groepen hebben veel aandacht voor middelen. Daarnaast zijn er ook nog de aandachtsgebieden mensen en processen. In menig theorie worden met dergelijke termen de verschillen in aandacht en leergedrag van individuen benoemd. Volgens De Aggregatiemens gelden deze vier aandachtsgebieden echter niet alleen voor individuen, maar ook voor groepen. En zo'n voorkeur in aandacht is voor een groep erg handig om te hebben. Je zet dan eerst een stap in de voorkeursrichting en daarna richt je je aandacht pas op de andere gebieden. Een mensgerichte groep besluit eerst dat men enkele groepsleden wil helpen en kijkt dan welke middelen daarvoor nodig zijn en welke processen daarvoor in gang gezet moeten worden. Als zo'n voorkeur afwezig is, of onderdrukt wordt, dan kan een groep depressief worden. Er worden dan geen stappen in een voorkeursrichting gezet en er ontstaat passiviteit. Het tweede werkingsprincipe van De Aggregatiemens houdt dus in, dat een groep zich tussen twee uitersten van manie en depressie kan bewegen, afhankelijk van hoe dominant of afwezig de voorkeur is.

    In de Nederlandse politiek gaat de aandacht met name naar (de verdeling van) de middelen, naar begrotingen en naar de plekken waar de komma's en de punten moeten komen. Als dit een sterke voorkeur zou zijn, zoals bij onze oosterburen, dan hield die ons uit een depressie. Dat is echter niet het geval. De voorkeur is zwak en dus belandt onze politiek regelmatig in depressies die gekenmerkt worden door verregaande politieke correctheid, door gedoogcultuur en door heikele thema's die decennialang onder het tapijt blijven. Zo af en toe komt er iemand langs die aandacht voor de andere domeinen opeist en die zo de boel opschudt. Pim Fortuyn was er zo één, en eerder had je Frits Bolkestein en Joop den Uyl. Doorgaans wordt zo'n opschudder dan, al naar gelang zijn voorkeur, als een populist (mensgericht) of als een intellectualist (conceptueel) in de hoek gezet en probeert men hem te demoniseren, dood te zwijgen of te isoleren. En zodra de rimpeling van deze verstorende lieden weg ebt gaat de aandacht weer bij voorkeur naar de middelen en naar de punten en komma's. En dus vallen we bij tijd en wijle ten prooi aan perioden van depressie. Tot zover de stand van het land.

    Meer specifiek kan men de voorkeursaandacht van onze politieke partijen als volgt karakteriseren. PVV en SP zijn mensgerichte partijen. Dat uit zich er in dat zij zich op de belangen van een specifieke electorale achterban richten. Christelijke partijen als CDA en CU vertonen een voorkeur voor zowel middelen als concepten. Men moet verstandig met de aarde (=middelen) omgaan vanwege het rentmeesterschap (=concept) dat ons van God gegeven is. De liberale idealen van de VVD betekenen dat men een vrije(re) verdeling van middelen nastreeft. Dat deze partij daarbij steeds minder overheidsbemoeienis wil, kan men daarnaast als aandacht voor overheidsprocessen opvatten. De kroonjuwelen van D66, die de wens tot staatkundige veranderingen uitdrukken, betekenen dat ook deze partij veel aandacht voor processen heeft. Na de afkalving van de ideologische zuilen trad echter een eigen 'pragmatisch ideaal' op de voorgrond. In feite gaat dat over een 'rationele(re)' verdeling van middelen. En dan zijn er nog de conceptuele partijen als Groen Links, wier aandacht van nature meer naar concepten als 'geweldloosheid' en 'ecologisch ondernemen' uitgaat en de PvdA die zijn aandacht van nature bij concepten als 'solidariteit' en 'gelijkheid' heeft.

    Om nu in een overleg vooruit te kunnen komen moeten de overlegpartners (tijdelijk) een gezamenlijke voorkeur voor een aandachtsgebied aannemen, anders kan men niet vanuit eenzelfde perspectief redeneren en ontstaat er per definitie spraakverwarring of begripsverwarring. Het overleg wordt dan stroperig en alle kwesties lijken immens ingewikkeld. Een vergelijking laat zien of men in de situatie van voor en na de val van het kabinet tot een gezamenlijke voorkeur gekomen is:

    de situatie van voor de val van het kabinet

    Het Catshuis overleg werd gevoerd door de regeringspartijen VVD en CDA en de gedoogpartner PVV. De nadruk die VVD en CDA op het halen van de drie procent norm legden komt overeen met hun voorkeur om vanuit de middelen te redeneren. Dat is dus een andere voorkeur dan de PVV, die meer vanuit het electorale effect redeneert (=mensgericht). CDA en VVD hadden de PVV tegemoet kunnen komen door de 3 procent regel eens een poosje terzijde te schuiven en te bekijken hoe de kiezers op een bepaald maatregelenpakket zouden reageren. Andersom had de PVV zich natuurlijk ook eens van haar electorale aandachtsvoorkeur los kunnen rukken om de aandacht eens primair op de middelen te richten. In plaats daarvan bleef de aandachtsspier van deze gedoogcoalitie echter in een spagaat. Vanuit zo'n krampachtige groepshouding ontstaat geen werkbaar besluitvormingsproces. Een geoefend samenwerkingsprofessional had na enkele dagen al de diagnose “depressie” kunnen stellen en het overleg af kunnen breken. Desondanks volgden er nog ruim zes moedeloos makende onderhandelingsweken!

    de situatie na de val

    Na de val van het kabinet bleek dat D66, Christen Unie en Groen Links zich al vast warm gedraaid hadden om een alternatieve begroting te formuleren. Alhoewel menigeen er door verrast werd, ligt het eigenlijk voor de hand dat D66 en Christen Unie elkaar vanuit hun gezamenlijke aandacht voor een verstandige omgang met middelen kunnen vinden. Groen links is in deze voorkeur meegegaan, ondanks dat zij van nature eerder vanuit concepten redeneert. Het is mogelijk dat de tweede, conceptuele voorkeur van de Christen Unie daar een brugfunctie bij gespeeld heeft. Na de val van het kabinet konden CDA en VVD zonder veel problemen aansluiten. En daarmee stonden dus vijf partijen naast elkaar, ook wel de Kunduz coalitie genoemd, die allemaal om andere redenen de aandacht primair op de middelen wilden richten. Voeg daaraan toe, dat het buiten spel geraken van de PVV een krachtige afzetbeweging veroorzaakte en we hebben verklaard waarom de Kunduz coalitie binnen een paar dagen een dominante voorkeur ontwikkelde. Zo dominant zelfs dat men gerust van een manische coalitie kan spreken. De conceptueel gerichte PvdA kon daar niet meer binnen een dag in mee gaan.

    Dat het overleg voor de val van het kabinet mislukte en daarna snel wel lukte, ligt er in deze zienswijze aan dat de partijen van de Kunduz coalitie snel een gezamenlijke voorkeur voor het aandachtsgebied 'middelen' wisten te ontwikkelden. Dat lukte de gedoogcoalitie niet. Het ontwikkelen van een gezamenlijke voorkeur is dus veel belangrijker voor het verklaren van succes of falen van het overleg, dan de inhoudelijke en ideologische verschillen die daartoe vaak ter verklaring worden aangewend.

    Met dit besef kan men toekomstige coalitievorming beter begeleiden. Onafhankelijk van hun politieke snit kan men partijen uitdagen of uitnodigen om (tijdelijk) mee te gaan in de voorkeursstijl van anderen of men kan de samenstelling van de beoogde coalitie zo aanpassen, dat er een duidelijker voorkeur ontstaat waar iedereen op een natuurlijke manier in mee gaat. Ik hoop dus maar dat de koningin dit leest! Of wie tegenwoordig dan ook maar de formatie mag inluiden!


    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers