NPI-laboratorium - Aanzet Arbeidsmarktbeleid

NPI-laboratorium - Aanzet Arbeidsmarktbeleid

Als eerste experiment in het Laboratorium van het NPI is het thema Arbeidsmarktbeleid gekozen. Hieronder een aanzet van Peter van Hoesel om te komen tot een schets van de problematiek inclusief de dilemma's. Tevens een beschrijving van de niet omstreden kennis en teslotte een prbleemstelling waar de stuurgroep NPI eind agustus zijn tanden in gaat zetten.

Reacties op deze aanzet van Peter zijn welkom.

Arbeidsmarktbeleid

Inleiding

Alle politieke partijen vinden dat het goed is om zoveel mogelijk mensen aan het werk te hebben. Maar over de manier waarop dat doel het beste kan worden bereikt zijn er duidelijke verschillen tussen de partijen. Een paar voorbeelden: linkse partijen zijn voor het scheppen van veel banen in de publieke sector, terwijl rechtse partijen zoveel mogelijk banen in de marktsector willen; liberale partijen zijn voor flexibiliteit, orthodoxe partijen voor baanzekerheid; linkse partijen zijn voor inkomensnivellering, rechtse voor vrije lonen zonder minima; linkse partijen zijn voor hangmat-beleid, rechtse voor trampolinebeleid; linkse partijen willen veel regels om de economie te beteugelen, rechtse partijen willen regels afschaffen om de economie ruim baan te geven. Dit is natuurlijk een beetje karikaturaal opgeschreven, maar op dit soort tegenstellingen komt het wel neer.

Die verschillende standpunten hebben allemaal wel een goede grond. Doordat ze elkaar bevechten komt er meestal een slap compromisbeleid uit of gebeurt er helemaal niets zodat het oude beleid blijft voortsukkelen, terwijl voor velen duidelijk is dat het oude beleid achterhaald is. Laten we proberen beleid te bedenken dat de uiteenlopende waarden van de diverse partijen aan elkaar verbindt zonder dat die waarden worden verdrongen. Dat lijkt moeilijk, maar wie de kern van de kennis over de werking van de arbeidsmarkt bekijkt kan wel degelijk zulke verbindingen vinden. Wat is die kern dan? Het is natuurlijk hachelijk om te proberen dit in heel kort bestek uiteen te zetten, maar we gaan het hieronder toch proberen, zodat deze kennis benut kan worden bij het bedenken van betere oplossingen voor de arbeidsmarkt.

 

Kennis over de arbeidsmarkt: een korte samenvatting

Mensen werken optimaal als ze hun werk goed beheersen c.q. leuk vinden, bovendien leidt dit tot innovaties op de werkvloer en tot optimale klantrelaties. Organisaties die hier onvoldoende op letten, zijn minder productief. Vandaar ook de enorme inspanningen t.b.v. een goed HRM-beleid. Goed HRM-beleid levert voor het bedrijfsresultaat meer op dan bijvoorbeeld alleen maar letten op kosten.

Mensen die niet optimaal werken en zeker mensen die buiten het arbeidsproces staan, weten op eigen kracht nauwelijks de weg naar zo’n optimale situatie te vinden. Binnen organisaties houden mensen die niet gelukkig zijn zich liever koest wegens angst voor baanverlies of degradatie. Als werkloze is het uitermate lastig om de weg naar goed werk te vinden, omdat de arbeidsmarkt nogal intransparant is: daar hebben zij dus professionele hulp bij nodig, maar die is onvoldoende voorhanden. Financiele prikkels zijn volstrekt onvoldoende voor het activeren van werklozen en hebben zelfs een tegengestelde werking bij mensen die wel een baan hebben maar geen leuk werk (zelfs volledige schijnwerkers blijven gewoon zitten en houden zich stil). Alleen zeer sterke financiele prikkels (totale verlies van uitkering, dreigend ontslag) geven aanleiding om in actie te komen, maar dat soort situaties is voor de overgrote meerderheid niet aan de orde.

Ook voor werkgevers is de arbeidsmarkt nogal intransparant en bovendien heeft men weinig vat op de instanties die voor toeleiding kunnen zorgen (UWV, sociale diensten, scholen, sociale werkplaatsen, reintegratiebedrijven etc.). De werkgever zoekt zich nogal eens een slag in de rondte. Er zijn daardoor op elk moment (ook tijdens laagconjunctuur) honderdduizenden onvervulde vacatures (manifeste dan wel latente).

Werkgevers hebben over het algemeen een lage dunk van werklozen: ze kunnen niks en ze willen niks, zo denken velen. Dat beeld wordt bevestigd door onwillig gedrag van werklozen wanneer tijdelijke banen in bv. de tuinbouw worden aangeboden en door het niet komen opdagen van werklozen wanneer ze worden opgeroepen om zich bij werkgevers, opleiders of bemiddelaars te melden. Toch is dit beeld voor minstens 80% van de werklozen volstrekt onjuist. Zij willen juist wel graag werken, maar hebben na een serie negatieve ervaringen angst voor de arbeidsmarkt ontwikkeld (weer worden afgewezen dan wel na korte tijd weer ontslagen worden is een beroerd vooruitzicht; werk aannemen wat niet leuk is komt daar soms nog bij). Ondertussen zijn langdurig werklozen gewend geraakt aan een andere levensstijl die je niet makkelijk verlaat voor een onzeker traject. Ze gedragen zich dus defensief wanneer je ze benadert, maar daarachter zit een diepe wens om weer opgenomen te worden in het actieve deel van de samenleving. Qua opleiding en werkervaring is er weinig mis met die 80%, ze zijn vergelijkbaar met de werkende beroepsbevolking, wel is hun gemiddelde leeftijd hoger en dat vinden werkgevers (ten onrechte) een negatief punt. Als iemand zelfs na 10 jaar werkloosheid weer een paar maanden aan de slag is, is er geen verschil merkbaar met andere werknemers, dus ook dat toont aan de beeldvorming van werkgevers niet klopt.

Scholing is een belangrijke voorwaarde voor het vinden van optimaal werk, maar dit moet toch worden gerelativeerd: veel mensen (de helft!) komen terecht in ander werk dan waarvoor ze zijn opgeleid; het is voor werkgevers bijna net zo lastig om laaggeschoolden te vinden als vakmensen of hooggeschoolden; werkervaring vervangt scholing grotendeels; motivatie is net zo belangrijk als kennis; oudere werknemers worden niet makkelijk aangenomen hoe goed hun scholing/werkervaring ook is.

De voorlichting over kansen op de arbeidsmarkt aan ouders/leerlingen en aan werknemers die omscholing willen schiet schromelijk tekort, zelfs in dit internettijdperk. Daarbij komt dat er allerlei verkeerde beelden bestaan over diverse branches, zoals: werk in de tuinbouw simpel en zwaar, werk in de maakindustrie is smerig, werken met je handen betaalt minder dan werken met je hoofd, bij grote bedrijven heb je meer kansen dan bij kleine. Die beelden zijn hardnekkig en dus lastig uit te roeien. De kennis over de arbeidsmarkt bij mensen die voor beroepskeuzen staan is dan ook zeer beperkt te noemen en daardoor komen veel minder goede matches tot stand dan zou kunnen.

Door te bezuinigen op overbodig werk daalt de werkgelegenheid, maar stijgt de kwaliteit van de arbeid over de hele linie en tevens de kwaliteit van de samenleving. Dit speelt ruimte vrij voor het uitvoeren van relevante en interessante arbeid, zoals bijvoorbeeld in de ambachtseconomie, de zorgsector of de creatieve industrie. Dat bezuinigen lukt vooral in tijden van laagconjunctuur. Wat dit betreft is de huidige crisis een ‘blessing in disguise’.

Liberalisering van de arbeidsmarkt (zoals: flexibele arbeid, individuele arbeidsvoorwaarden met keuzevrijheid, vrije lonen, nog veel meer zelfstandigen) heeft economisch gezien positieve gevolgen (hogere productiviteit, meer concurrentiekracht, meer innovatie) maar sociaal gezien kan het leiden tot negatieve gevolgen: te lage inkomens voor sommige groepen, stress, uitsluiting. Dat betekent dat er altijd flankerend beleid nodig is om de negatieve sociale effecten te bestrijden, wil het economische profijt per saldo positief uitpakken (sociale ellende kost veel geld). Overigens is er heel wat regelgeving die nodeloos knellend is en die zowel voor werknemers, werklozen als werkgevers nadelig uitpakt: studeren blijkt door diverse sociale zekerheidsregels te worden bemoeilijkt, starten als zzp’er met een uitkering is een hordeloop, de wereld van bemiddelaars/hulpverleners is door allerlei regels voor velen een soort flipperkast waarin zij van het kastje naar de muur worden gestuurd, allerlei regelgeving is weinig coulant voor zzp’ers.

De demografie laat zien dat de beroepsbevolking komend decennium met 800.000 mensen daalt. Dit lijkt dramatisch, maar moet sterk worden gerelativeerd: het niet werkende deel van de beroepsbevolking is veel groter dan dit aantal, terwijl hun scholingsniveau voor het merendeel vergelijkbaar is; er is nog veel te winnen op het gebied van productiviteitsverbetering; de pensioenleeftijd wordt geleidelijk verhoogd zodat de tendens om op steeds latere leeftijd te stoppen nog een hele tijd kan doorgaan; er kan nog heel veel overbodig werk worden wegbezuinigd.

 

Tot zover deze korte samenvatting van de kennis over de arbeidsmarkt. Ongetwijfeld zou een andere deskundige dit niet op deze wijze weergeven, maar de inhoud zal in hoge mate overeenkomen.

 

Probleemstelling

Welke beleidsmaatregelen leiden tot een arbeidsmarkt die optimaal functioneert en tegelijkertijd recht doet aan de uitgangspunten van zowel linkse als rechtse partijen en van zowel liberale als behoudende partijen?

Reacties

Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
    • Netwerk PI
      Netwerk PI 2155 dagen geleden

      Zie voor interesante feiten over de arbeidsmarkt ook een Fact report van The Fact Club

      • Reyer Brons
        Reyer Brons 2155 dagen geleden

        Zie voor het vervolg van de discussie met met name Hans Konstapel de LinkedIn groep zelf

        • Reyer Brons
          Reyer Brons 2156 dagen geleden

          Hans Konstapel reageerde weer via LinkedIn.

          In cursief zijn reactie, daarna weer mijn reactie.

          Ad(3) Hier hebben we last van een semantisch probleem.

          Ik vermoed dat je bedoelt dat we alleen kunnen overleven als we "iets doen".

          Dat "iets doen" kan erg veel vormen aannemen en kan erg dicht bij de wat de natuur ons biedt staan.

          In onze maatschappij verstaan we onder "werken" toch "iets doen" in opdracht van een ander die daar ook voor betaalt

          Als dat bedoelt ben ik het niet met je eens. Mensen kunnen bijv. onbetaald werken dat noemen we vrijwilligerswerk.

          Je argumenteert Ethisch als een hele echte Calvinist/Kapitalist:http://hans.wyrdweb.eu/about-calvinistic-work-ethic/

          Hans,

          Inderdaad is ‘werken’ voor mij ‘iets doen’ om de omgeving waarvan wij afhankelijk zijn, in tact te houden of te verbeteren. Huishoudelijk werk,  vrijwilligerswerk, werken als ZP-er  betaald werk via een baas zijn daar uitwerkingen van.
          Een voorbeeld van een m.i. ongewenst  passiverende  prikkel is de hoeveelheid (en soort) hoepels waardoor je van UWV moet springen voor vrijwilligerswerk met behoud van uitkering.
          Op dit moment is een gegeven dat een groot deel van werken in ruime zin georganiseerd is als ‘betaald werk’, meestal als baan, soms als ZP (zelfstandig professional). Als je dat anders zou willen, moet de maatschappij eerst flink op de schop genomen worden! Praktisch is dus om voorlopig wel rekening  te houden met dit verschijnsel.

          Inderdaad, ik heb Calvinistische roots en dat blijft je je hele leven bij. Het etiket Kapitalist herken ik minder, ik zou me zelf eerder Darwinist noemen. De soort mensen die het ‘beste’ werkt, heeft de beste overlevingskansen!

          • Reyer Brons
            Reyer Brons 2157 dagen geleden

            Hans Konstapel gaf op LinkedIn het volgende commentaar:

            Het gaat mijns inziens al mis bij de eerste zin: "Alle politieke partijen vinden dat het goed is om zoveel mogelijk mensen aan het werk te hebben".

            (1) Bepalen politieke partijen wat goed is of zijn dat de burgers die grotendeels niet vertegenwoordigt zijn in die partijen? of bestaat het Goede al zonder dat de mens daar een mening over hoeft te geven?

            (2) Is het goed om zoveel mogelijk mensen aan het werk te hebben?

            (3) Zijn mensen op deze aarde voorbestemd om te werken?

             Ik reageer van achteren naar voren.

            Ad (3) Mensen kunnen op deze aarde slechts overleven door te werken. Voor de soort geldt uitsterven of werken. Dat geldt ook voor de individuele kluizenaar. In een groep is arbeidsdeling denkbaar, inclusief (al dan niet tijdelijke) vrijstelling van sommigen.

            Ad (2) Er zijn in elk geval twee redenen zoveel mogelijk werk te willen:

            • Meer werken vergroot de materiële welvaart en/of de beschikbare dienstverlening
            • Werk betekent voor veel mensen dat ze zich nuttig voelen

            Ad (1) Het Goede bestaat niet, wel kun je een keuze maken om bepaalde redenen. De net door mij genoemde redenen voor zoveel mogelijk werk lijken mij weinig omstreden.  (Iets anders is dat door de productiviteitsverhoging er mogelijk veel werk wegvalt, maar dat is een ander hoofdstuk!).
            Als alle politieke partijen dat onderschrijven, is niet relevant hoe weinig leden ze hebben.

          Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers