Beleidsanalyse: belastingvoordelen zuinige auto’s

Beleidsanalyse: belastingvoordelen zuinige auto’s

Door Peter van Hoesel, 8 augustus 2012

Wat is het maatschappelijk probleem dat men wil bestrijden?

Het maatschappelijke probleem betreft de uitstoot van schadelijke stoffen in de atmosfeer door het autoverkeer. Het autoverkeer stoot diverse schadelijke stoffen uit, hetgeen kan leiden tot klimaatproblemen, gezondheidsproblemen en milieuproblemen. Bovendien is er schaarste aan duurzame energiebronnen, dus is er tevens behoefte om het gebruik van niet duurzame bronnen te beperken door te besparen op het energieverbruik.

Wie zijn de stakeholders en wat zijn hun belangen?

Burgers: wensen verbetering van het leefklimaat en minder energiekosten.

Bedrijven: wensen lagere leasekosten en een goed imago.

Automobilisten: wensen lagere autokosten (zonder in te leveren op kwaliteit) en minder gewetensbezwaren.

Overheid: wil duurzaamheid bevorderen.

Autohandel: wensen een goede omzet, een behoorlijke winstmarge, een goed imago en niet te vergeten een betrouwbare overheid.

Autoindustrie: wensen te winnen van concurrenten, een goede omzet en winst te behalen, een goed imago neer te zetten, en ook een betrouwbare overheid.

Energieleveranciers: wensen rekening te houden met de belangen van de andere stakeholders, maar met behoud van hun marktpositie.

Wat behelst de beleidsmaatregel en hoe luidt de beleidstheorie onder deze beleidsmaatregel?

De maatregel behelst een pakket belastingmaatregelen, waarbij een lagere uitstoot wordt beloond met belastingvoordelen. Bij zeer duurzame auto’s is er zelfs sprake van vrijstelling van belasting. Bij weinig duurzame auto’s is er sprake van forse heffingen.

De beleidstheorie is eenvoudig: fors belonen van gewenst gedrag leidt tot een forse toename van de aanschaf van duurzame auto’s; via de belastingreducties werkt dit extra goed omdat mensen eerder gemotiveerd worden door het vermijden van belastingen dan bijvoorbeeld het aanvragen van een subsidie. 

Hoe wordt het beleid uitgevoerd en wat is er inmiddels bereikt?

Het beleid loopt deels via de autohandel (korting op de BPM), deels via de wegenbelasting (lagere of helemaal geen belasting), deels via de inkomstenbelasting (lagere bijtelling voor lease-auto’s).

Er is sprake van een forse toename (tientallen procentpunten) van de aanschaf van duurzame auto’s, dit ten koste van de aanschaf van minder duurzame auto’s. Dat heeft geleid tot een dienovereenkomstige besparing op het energieverbruik en de daarmee gepaard gaande uitstoot van schadelijke stoffen.

 

Wat zijn de neveneffecten van dit beleid?

De autohandel heeft te maken met omzetschommelingen en (gemiddeld genomen) met een lagere omzet en lagere marges omdat de fiscale maatregelen vooral hebben geleid tot de aanschaf van goedkope auto’s.

De overheid heeft te maken met per saldo een fors verlies aan belastinginkomsten.

Filebestrijding wordt lastiger, omdat de kosten per kilometer door het lage verbruik weinig belemmerend zijn om veel kilometers te maken.

Het openbaar vervoer krijgt minder reizigers, omdat de kosten van heel wat goedkope autos’s lager uitvallen dan de kosten van OV-abonnementen.

Automobilisten die veel belasting betalen kunnen dit als een soort afkoopsom voor hun  ongewenste gedrag gaan beschouwen (als je maar genoeg betaalt mag je scheuren met een snelle auto).

Beoordeling op 5 criteria

Doeltreffendheid: lijkt hoog, gelet op de spectaculaire toename van de aanschaf van duurzame auto’s; het is echter niet goed in te schatten in welke mate dit toe te schrijven is aan de beleidsmaatregel, omdat ook zonder dit beleid de duurzaamheid van auto’s beduidend zou zijn toegenomen; op langere termijn kan ook zonder het huidige beleid eenzelfde effect worden bereikt.

 

Doelmatigheid: laag, omdat de kosten voor de overheid nogal fors zijn (forse reductie belastinginkomsten, hoge uitvoeringskosten); er zijn bovendien diverse alternatieve beleidsinterventies te bedenken die nauwelijks kosten voor de overheid met zich mee zouden brengen (zoals strengere eisen stellen aan fabrikanten).

 

Rechtvaardigheid: daar kun je vraagtekens bij zetten; geen wegenbelasting voor duurzame auto’s terwijl die toch evenzeer gebruik maken van de wegen als minder duurzame auto’s; de relatie tussen belastingdruk en uitstoot vertoont bij de huidige regels diverse sprongen; een lineair verband voelt rechtvaardiger aan, maar zou weer ten koste gaan van het stimulerende effect van het beleid dat door die sprongen juist bevorderd wordt.

 

Consistentie: de consistentie met sommige andere beleidsdoelen is ver te zoeken: dit beleid vergroot het financieringstekort van de overheid (al is dit per 1 juli j.l. enigszins gecorrigeerd), het zorgt voor minder economische groei en het staat haaks op de doelstelling om files te bestrijden; ook de interne consistentie laat enigszins te wensen over wegens tussentijdse wijzigingen in de spelregels en wegens de eerdergenoemde sprongen in de relatie tussen uitstoot en belastingdruk.

 

Eenvoud: het heeft het belastingsysteem nog wat ingewikkelder gemaakt; de burger moet er enige moeite voor doen om te achterhalen wat een optimale keuze is; het zorgt voor enige extra administratieve lasten bij de autohandel.

Wat gaat er goed, wat moet beter, waar kan beter mee worden gestopt?

De gemiddelde uitstoot van verkochte auto’s is fors omlaag gegaan. Dat is deels te danken aan de beleidsmaatregel, maar ook zonder die maatregel gaat de gemiddelde uitstoot van auto’s op langere termijn omlaag, onder meer als gevolg van EU-beleid.

De vraag is of de (tijdelijke) extra vermindering van uitstoot door deze maatregel opweegt tegen de kosten van de overheid (minder belastinginkomsten) en de schadelijke neveneffecten.

De kosten van de overheid zouden kunnen wellicht kunnen worden opgevangen door minder zuinige auto’s nog zwaarder te belasten, maar de scheefheid in lastendruk is in vergelijking met andere landen al benoorlijk hoog. Als de overheid de aankoop van duurdere maar wel zuinige auto’s zou bevorderen in plaats van vooral de aanschaf van zeer goedkope auto’s te stimuleren kan ook de economische groei weer worden bevorderd (hetgeen op zijn beurt leidt tot meer inkomsten voor de overheid).

 

Een beleidsalternatief dat nauwelijks geld kost en geen schadelijke neveneffecten heeft zou bijvoorbeeld zijn om op Europees niveau striktere convenanten te sluiten met de automobielindustrie; dan heeft het meteen een veel grotere reikwijdte dan alleen Nederland. Nadeel is wellicht, dat de fabrikanten hun strategie hebben afgestemd op bestaande afspraken. Het zal dan ook lastig zijn de EU te bewegen tot strenger beleid.

Het lijkt daarom verstandig om (geleidelijk, omdat er verwachtingen zijn gewekt) te stoppen met het huidige beleid en over te gaan op een simpeler en rechtvaardiger belastingsysteem.

 

Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers