Privaat of publiek?

Privaat of publiek?

Door Peter van Hoesel, 16 augustus 2012

De al langere tijd lopende privatiseringsprocessen bij min of meer monopolie-achtige bedrijven met een groot algemeen belang, zoals spoorwegen, energiebedrijven, zee- en luchthavens, zorginstellingen, woningcorporaties, roept de discussie op of er niet te ver wordt doorgeschoten met dit soort privatiseringen.

Doel van de privatisering was een betere marktwerking voor dit soort organisaties, maar wel zodanig dat de toegankelijkheid niet minder zou worden. Die marktwerking blijkt echter moeilijk te realiseren en de toegankelijkheid loopt gevaar, dus moeten we er wel mee doorgaan, zo vragen velen zich af.

In deze discussie wordt de economische wereld verdeeld in twee grote sectoren: de publieke en de private. Je hebt ofwel een bedrijf en moet dan aan alle verwachtingen voldoen die voor een bedrijf gelden (zoals aandeelhouderswaarde creëren) ofwel een overheidsorganisatie en die moet zich houden aan de formele regels die voor de publieke sector gelden. Daartussenin ben je al gauw verdacht bezig: je eet van twee wallen, je hebt teveel marktmacht, de overheid en de toezichthouders hebben er geen greep op, etc.

Dit soort organisaties die we vroeger nutsmaatschappijen zouden noemen, moeten een oneigenlijke keuze maken voor de publieke dan wel voor de private sector. Die keuze is oneigenlijk, omdat er een derde keuze zou moeten zijn, namelijk de keuze om nutsmaatschappij te zijn met een daarbij passende rechtsvorm.

Dit ouderwets klinkende woord zou uit de kast gehaald mogen worden om de privatiseringsgolf weer in goede banen te krijgen. Wie niet van ouderwets houdt zou dit soort organisaties bijvoorbeeld ‘maatschappelijke organisaties’ kunnen noemen. Een wellicht betere aanduiding zou zijn om te spreken van ‘publieke coöperaties’.

Dan moet er wel werk worden gemaakt van een nieuwe rechtsvorm die het een dergelijke organisaties mogelijk maakt te doen waar ze voor zijn bedoeld, namelijk het aanbieden van  min of meer monopolistische diensten van algemeen belang, en dat op een zo doelmatig en doeltreffend mogelijke manier.

Dus geen vennootschap, geen stichting, geen ZBO, maar een publieke coöperatie. In de statuten van een dergelijke rechtsvorm worden in elk geval de volgende zaken geregeld:

  • het algemene doel en de middelen die daarvoor ter beschikking staan
  • overheidsvoorschriften waaraan moet worden voldaan
  • winstbestemming in het kader van dit doel
  • de diensten die worden aangeboden
  • bevoegdheden van bestuur en toezichthouders (passend bij het doel)
  • wijze waarop met prestaties wordt afgerekend
  • de wijze waarop klanten invloed kunnen uitoefenen op kwaliteit en prijs
  • de toegang die wordt verleend aan marktpartijen.

 

Er is, kortom, behoefte aan een structuur tussen markt en overheid, die niet wordt beschouwd als een hybride vorm zwalkend tussen twee werelden, maar die als een op zichzelf staande derde wereld wordt gezien en behandeld.

Het zou wel eens kunnen zijn dat de nutssector langs deze weg tot grote bloei kan komen, omdat er nu vele organisaties bestaan die zich ongelukkig voelen met hun huidige hybride status, onder meer wegens de negatieve publiciteit over wangedrag bij sommige van hun branchegenoten.

Een dergelijke oplossing zou ook een goede verbinding kunnen leggen tussen uiteenlopende opvattingen van diverse politieke partijen over dit uitermate belangrijke onderwerp.

 

Reacties

Volgorde van reacties: Aantal: Automatisch laden:
    • Reyer Brons
      Reyer Brons 2279 dagen geleden

      Laat juristen eens wat voorstellen doen voor dit type statuten.

      Is dit te realisren bij de huidige wetgeving via de bestaande rechtsvormen (zoals de coöperatie), of moet de wetgeving aangepast worden?

    Reageren is alleen mogelijk voor aangemelde gebruikers