Geschiedenis

Bezwaren: Maatschappijvisie en ideologie: Revision

Vooraf
Dit is een deelpagina van een (project om te komen tot een) overzicht van bezwaren en weerstanden tegen het basisinkomen en de invoering daarvan. Zie de hoofdpagina.
Deze pagina’s hebben de technische vorm van een wiki. Dat wil zeggen dat degenen die dat willen daaraan mee kunnen schrijven, met dien verstande dat wel zichtbaar is en blijft wie iets heeft toegevoegd, aangepast of geschrapt.Om mee te kunnen schrijven moet je wel geregistreerd zijn als deelnemer van het NPI.
Het is ook mogelijk mij als initiator een mail te sturen met suggesties voor aanvullingen, correcties etc.
Tijdens het groeiproces om tot adequaat gevulde pagina’s te komen, wordt prioriteit gelegd bij het verwoorden van de bezwaren.
In tweede instantie worden deze bezwaren besproken, weerlegd en of gerelativeerd.

Inhoud.

Levensbeschouwing (waarden, mensbeeld, visie, ideologie)

Korte melding van de bezwaren:

  • Wederkerigheid is noodzakelijk voor de legitimiteit van de sociale staat en haar morele ondersteuning, dus een onvoorwaardelijk basisinkomen is uit den boze
  • Arbeid adelt, basisinkomen maakt mensen lui.
  • Veel mensen zullen niet goed met de vrijheid van een basisinkomen kunnen omgaan. Ze hebben een zekere mate van dwang nodig om te gaan werken, maar niet omdat ze niet gelukkig zullen worden van werk. Integendeel: ze zullen zich werkend uiteindelijk beter voelen, en meer kunnen betekenen voor de rest van de maatschappij.
  • Mensen die enkel van een basisinkomen leven zouden niet in staat zijn te kiezen voor een gezond en/of verantwoord leven (denk bijv. aan het kiezen van biologische/vegetarische producten)
  • Een basisinkomen tast de prikkel aan om via bijv. scholing menselijk kapitaal op te bouwen, voornamelijk in de jongere generaties: jongeren zullen vaker kiezen voor kleine aanvullende (zwarte) baantjes op hun basisinkomen en zo van hun relatief hoge levensstandaard en vele vrije tijd genieten (aangezien jongeren niet zo veel geld nodig hebben), in plaats van door te studeren.
  • Veel mensen zouden ongelukkiger worden: de noodzakelijkheid van werk geeft in de huidige maatschappij voor veel mensen betekenis aan het leven
  • Een grote groep mensen die enkel van een basisinkomen zou leven zou ongelukkig worden: deze mensen zouden té veel vrijheid van keuze krijgen, wat zou resulteren in een gevoel van doelloosheid en/of verveling.
  • Werkeloosheid trekt mensen dieper de armoede in: mensen moeten uit die werkeloosheid getrokken worden wanneer dat kan.
  • Het basisinkomen zou zorgen voor meer criminaliteit, omdat mensen de tijd hebben criminele activiteiten te ondernemen en dit uit verveling zullen willen doen.
  • Mensen die enkel van een basisinkomen leven zouden uit verveling en tijd eerder aan de drugs (incl. alcohol) geraken (werkeloosheid (stilzitten) lijdt in het algemeen tot dit soort problemen)
  • Het basisinkomen stimuleert/beloont mensen om niet te werken, en dat is niet goed.
  • Wanneer ze dat kunnen, horen mensen zelf voor hun basisbehoeften te zorgen (wat meestal neerkomt op betaald werken). Er is geen recht op inkomen; dat is een positief recht (vereist inbreng van anderen), en zulke rechten zijn onrechtvaardig
  • Veel mensen zullen niet accepteren dat zij moeten werken voor het basisinkomen van anderen, terwijl die anderen gewoon thuis mogen blijven (geen maatschappelijk draagvlak/solidariteit wordt ondermijnd/ het principe van reciprociteit is voor veel mensen belangrijk als het op solidariteit aankomt (onderzoek Paul de Beer))
  • Het basisinkomen zou de arbeidsparticipatie van vrouwen verlagen (o.a. omdat zij thuis zullen blijven om voor de kinderen te zorgen)
  • Het idee van een basisinkomen gaat in de richting van communisme, en dat is slecht.
  • Het is een verwerpelijk neo-liberaal idee
  • Het basisinkomen zou zorgen voor een onwenselijke (versterking van een) klasseverdeling in de samenleving tussen ‘zij die (wit) werken’ en ‘zij die niet (of zwart) werken’ en/of niet gestudeerd hebben zowel op psychologisch/stigmatisch als op financieel vlak (de relatieve armoede neemt toe, ook omdat arbeid beter betaald wordt)
  • Aangezien de staat een basisinkomen zo weer kan opschorten en een burger met een basisinkomen (in die zin) afhankelijk is van de staat, werkt het een verticale machtsstructuur in de hand tussen burger en staat die de burger minder vrij maakt. De burger is met een basisinkomen op geen enkele manier zelfvoorzienend meer, en daarmee geheel passief en afhankelijk. (11)
  • Een basisinkomen neemt per definitie geld van werkenden en geeft dat aan niet-werkenden. Dat is onrechtvaardig.
  • Een basisinkomen (of welk herverdelend systeem dan ook) schaadt het eigendomsrecht van de belastingbetaler.

Uitwerking

Wederkerigheid

Toelichting
Wederkerigheid (reciprociteit) is noodzakelijk voor de legitimiteit van de sociale staat en haar morele ondersteuning.
Voor wat hoort wat; aan armoedehulp moet de voorwaarde zitten dat je je best doet uit de armoede te komen.
Deze opvatting leeft heel sterk, in meerder politieke en maatschappelijke stromingen.

Weerlegging 1
Ter relativering kan opgemerkt worden dat dat in praktijk deze opvatting alleen relevant is voor gezonde volwassenen tot de pensioengerechtigde leeftijd.
De eis van wederkerigheid wordt niet gesteld aan kinderen, zieken en ouderen. Ook mensen met voldoende vermogen kunnen zich door te betalen aan de eis onttrekken!

Kris Hardies schreef in 2014 een stevig en doorwrocht  ethisch verhaal over dit onderwerp (Een ethische beschouwing over het basisinkomen).
Hij start met de constatering:
Pleidooien voor de invoering van het basisinkomen ondervinden veel weerstand in een maatschappij waarin  de productieve deugd en het travaillisme overheersen.
Vervolgens pakt hij een aantal redeneringen van voorstaanders van het basisinkomen aan en haalt deze grondig onderuit, omdat onrechtvaardigheid onvermijdbaar het resultaat is van de redeneringen.Er blijft uiteindelijk één redenering overeind:
Uitgaande van een moreel recht op een gelijk aandeel in de hulpbronnen die ons op dit moment 'om niet’ zijn gegeven, is de invoering van een onvoorwaardelijk basisinkomen rechtvaardigbaar.

 

Meer recent is er een betoog van Philippe van Parijs in een interview door Rutger Bregman (Deze filosoof weerlegt het belangrijkste argument tegen het basisinkomen). Een citaat:
'Het begint weer met een simpele vraag. ‘Welk deel van ons inkomen danken wij aan onze eigen verdienste?’ Als ik heel gul ben, dan zou ik zeggen: 10 procent. En de rest danken we aan de gunstige context waarin we leven. Aan de technologieën die al zijn uitgevonden, de instituties die al zijn gesticht, de taal die we spreken, de familie waarin we zijn geboren, de giften van Moeder Natuur, noem maar op.’
‘Hieruit vloeit een veel fundamentelere rechtvaardiging van het basisinkomen voort. Het is geen gunst en het is ook geen solidariteit. Nee, het is een eerlijke verdeling van wat we al van eerdere generaties gekregen hebben.’

Weerlegging 2 (diagnostiserend)
Wederkerigheid veronderstelt verbinding. Het veronderstelt eenheid. Het één beïnvloed het ander. Wederkerigheid veronderstelt samenwerking. Onvoorwaardelijk iets ontvangen is uit den boze begrijp ik uit je woorden.
Inkomen gaat over levensonderhoud. Levensonderhoud komt, voor zo ver ik het kan overzien, van onze aarde. Onvoorwaardelijk levensonderhoud is uit den boze vanwege die wederkerigheid. Welke tegenprestatie heb jij dan voor ogen die jij, ik en de anderen (gaan) leveren aan de aarde voor ons dagelijks levensonderhoud waaronder de lucht die we nu ademen?